Toeslagstoffen
Toeslagstoffen zijn materialen die aan een basismateriaal worden toegevoegd om holle ruimten te vullen, sterkte te verhogen of massa te verminderen.
Betekenis
Toeslagstoffen zijn materialen die aan een basismateriaal worden toegevoegd en vormen vaak het grootste deel van beton of specie. Ze zijn meestal steenachtig (mineraal), nemen de meeste drukkrachten op en nemen in principe niet deel aan de chemische hydratatiereactie.
Toepassing
Toeslagstoffen worden vooral toegepast in cementgebonden mengsels.
- Samen met water en cement het grootste deel van beton vormen (zand, grind, granulaat).
- Holle ruimten tussen korrels vullen om de sterkte te verhogen (zeer fijn zand, vulstoffen zoals tras of vliegas).
- Ruimten met minder massa creëren door lichtgewicht toeslagstoffen toe te voegen (polystyreenbolletjes, bims, argex, liapor, liaver, perliet).
- In cementspecie voor beton en metselwerk ter aanpassing van werkbaarheid en volume.
Aandachtspunten
- Zorg voor de juiste korrelverdeling tussen fijn en grof toeslagmateriaal; de verhouding beïnvloedt de betonsamenstelling.
- Voorkom ontmenging tijdens opslag en transport om de korrelverdeling te behouden.
- Voorkom verontreiniging (bijv. chloriden en sulfaten) die de eigenschappen van het mengsel kan verslechteren.
- Houd rekening met vervangingslimieten en geschiktheid van secundaire toeslagstoffen (zie regelgeving).
Materialen en uitvoeringsvormen
- Fijn toeslagmateriaal (korrelgrootte < 4 mm): meestal zand; ook aangeduid als zandfractie (0-1, 0-2, 0-4).
- Grof toeslagmateriaal (korrelgrootte ≥ 4 mm): meestal grind of granulaat; aangeduid als grindfractie (o.a. 4-8, 4-16, 4-22, 4-32, 8-11, 8-16, 16-22, 16-32, 16-63; vaak tot max. 32 mm).
- Tussenvormen: soms korrelgroottes van 2–5 mm of 2–8 mm toegepast.
- Lichtgewicht en poreuze toeslagmaterialen: polystyreenbolletjes, bims, argex, liapor, liaver, perliet.
- Vulstoffen: zeer fijne materialen waarvan ≥ 90% kleiner is dan 63 µm (bijv. tras, vliegas) om holle ruimten op te vullen.
Korrelgroepen en eigenschappen
- Scheidingsgrens tussen fijn en grof is 4 mm.
- Verschillende zeeffracties dragen bij aan de gewenste korrelverdeling en daarmee aan dichte zetting en sterkte van het beton.
- Grof toeslagmateriaal kan ongebroken (max. 15% gebroken), gedeeltelijk gebroken (15–50% gebroken) of gebroken (steenslag) zijn.
Eisen en regelgeving
- De eisen voor toeslagmateriaal zijn opgenomen in NEN 5905.
- Granulaat mag maximaal 20% van het grind vervangen; bij metselwerkgranulaat geldt een maximaal percentage van 10% (NEN 8005).
Gerelateerde toevoegingen
- Aan beton kunnen naast toeslagstoffen ook hulpstoffen worden toegevoegd, zoals versnellers, vertragers en luchtbelvormers, evenals de hierboven genoemde vulstoffen.