Travee

Een travee is een gevel- of gewelfvak dat tussen twee opeenvolgende steunpunten als een eenheid wordt gezien.

Betekenis

Een travee is een deel van een gevel of gewelfvlak dat door de gevelindeling of door twee opeenvolgende steunen als één eenheid wordt beschouwd. De term wordt vooral gebruikt wanneer meerdere van die eenheden elkaar opvolgen, veelal langs de lengterichting van een gebouw.

Toepassing

De term komt voor in gevelontwerp, bouwhistorie en het beschrijven van draagstructuren.

  • Gevelvlakverdeling tussen kolommen, zuilen of steunpunten.
  • Gewelfvak tussen twee gordelbogen, bogen of steunberen in kerken (interieur en exterieur).
  • Ruimtelijke indeling tussen moderne kolommen of zuilen.
  • Beschrijving van typische gevelcomposities zoals het Brugse travee met boven elkaar gelegen vensters.

Aandachtspunten

  • Spreek van een travee wanneer meerdere dergelijke eenheden in een reeks voorkomen.
  • Meestal betreft het de lengterichting van het gebouw.
  • De term kan zowel het tussenliggende gewelfdeel als het opgaande werk dat door die begrenzing als een eenheid geldt, aanduiden.
  • Traveeën spelen een rol in ritmische gevel- en ruimtelijke ordening; variatie in traveeën bepaalt vaak het gevelritme.

Typen

  • Brugs travee: ondiepe gevelnissen met boven elkaar gelegen vensters over meerdere verdiepingen; bekend in de Vlaamse Renaissance en Neo-renaissance, vaak met een boog bovenaan.
  • Ritmische travee: aanduiding voor de afwisseling in een alternerend systeem, onder meer:
    • (a) afwisseling van zuilen en pijlers;
    • (b) afwisseling van zuilen met bogen en zuilen met architraven;
    • afwisseling van open en gesloten vlakken, bijvoorbeeld bij galerijen en loggia's.

Etymologie

Het woord travee is ontleend aan het Franse travée (Middeleeuws Frans trave), dat teruggaat op het Latijnse trabem (4e naamval van trabs), met de betekenis balk of architraaf.