Trede

De trede is het horizontale bovenvlak van een trap waarop men de voet plaatst.

Betekenis

Een trede is het horizontale bovenvlak van een trap waarop men de voet plaatst; zij vormt het loopvlak van elke trede. Treden zijn er in rechte en verdreven uitvoeringen: een rechte trede is rechthoekig, een verdreven trede heeft een smalle en een bredere kant waardoor een trap kan draaien of gemakkelijker belopen wordt. Tussen treden kunnen stootborden worden aangebracht om doorvallen van stof te vermijden en het verdwijnen van warme lucht naar boven tegen te gaan.

Toepassing

De trede komt voor in alle typen trappen.

  • Rechtdoorlopende trappen gebruiken rechte treden.
  • Draaiende trappen of trappen met bochten gebruiken verdreven treden.
  • Stootborden tussen treden beschermen tegen doorvallen van vuil en beperken luchtstroming.
  • Eerste en bovenste treden krijgen vaak een specifieke uitvoering (bloktrede, weltrede).
  • Dektreden worden aangebracht als verfraaiing of reparatie van bestaande treden.

Aandachtspunten

  • Neus/wel: de trede loopt meestal verder door dan het stootbord; deze overstek heet wel of neus en vergemakkelijkt het belopen.
  • Antislip: bij beklede treden wordt vaak een rubberachtige strook aan de neus toegepast; bij kale houten treden worden vaak twee ingefreesde dunne rubberstrookjes gebruikt.
  • Kopse afwerking: kopplank of reklat dekt soms de kopse kant van de trede af; reklat en trede worden bij voorkeur met een zwaluwstaartverbinding verbonden.
  • Eerste en bovenste treden: de bloktrede is vaak groter dan de overige treden; de bovenste trede die aansluit aan de verdiepingvloer wordt weltrede of welstuk genoemd.

Typen / uitvoeringen

  • Rechte trede: rechthoekig van vorm.
  • Verdreven trede: heeft een smalle en een bredere kant om draaingang of comfortabele beloopbaarheid te realiseren.
  • Bloktrede: de eerste trede van een trap, vaak groter dan de overige treden.
  • Weltrede (welstuk): de bovenste trede die aansluit op de verdiepingvloer.
  • Dektrede: een trede die over een bestaande trede wordt aangebracht voor verfraaiing of reparatie.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Beklede treden: voorzien van textiel of bekleding, vaak met een rubberachtige antislipstrook aan de neus.
  • Houten treden: bij kale houten treden vaak twee ingefreesde dunne rubberstrookjes als antislip.
  • Afwerking kopse kant: kopplank/reklat als afdeklat, bij voorkeur verbonden met een zwaluwstaart.

Onderdelen

  • Neus / wel: het uitstekende deel van de trede voorbij het stootbord.
  • Stootbord: verticale plaat tussen treden om doorvallen en luchtstroming te beperken.
  • Kopplank / reklat: lat die de kopse kant van de trede afdekt.
  • Antislipprofiel: rubberachtige stroken of ingefreesde rubberstrookjes.

Zie ook trap en doorschietende trede.

Engels: stair, tread; Frans: marche.