Treksleuf
Een treksleuf is ofwel een iets te groot gat voor een schroef of bout in hout, of een langwerpige opening in een schoorsteenkap.
Betekenis
Een treksleuf heeft twee gebruikelijke betekenissen: in houtwerk is het een iets te groot gat voor een schroef of bout zodat het hout kan werken; in schoorsteenkappen is het een langwerpige opening. De functie in hout betreft het toelaten van uitzetting en krimp van het hout; gebruik in schoorsteenkappen betreft de vormgeving van de kap.
Toepassing
De term komt voor in twee verschillende toepassingen.
- In hout- en constructieverbindingen: als slobgat dat extra speling geeft bij bevestiging met schroef of bout.
- In schoorsteenkappen: als langwerpige opening, bijvoorbeeld bij een meteoorkap of orkankap.
Aandachtspunten
- Treksleuf in hout: biedt extra speling om houtbeweging (uitzetten en krimpen) mogelijk te maken.
- Houtbeweging: het begrip verwijst expliciet naar het toelaten van uitzetten en krimpen; binnenshuis treedt meestal krimp op.
- Treksleuf in een schoorsteenkap: betreft een langwerpige opening in de kapconstructie.
- Terminologie: in de houtcontext wordt treksleuf gelijkgesteld met slobgat.
Verschil met slobgat
- In houtverbindingen is een treksleuf hetzelfde begrip als een slobgat: een iets te groot gat voor een schroef of bout, bedoeld om houtbeweging te accommoderen.