Verkeersstructuur

De verkeersstructuur beschrijft de samenhang in het gebruik van de verkeersruimte door verschillende soorten weggebruikers.

Betekenis

De verkeersstructuur is de ordening van verkeer binnen een gebied, gebaseerd op hoe verschillende weggebruikers de verkeersruimte benutten. Ze dient onder meer om de stroomfunctie (doorgaand verkeer) te scheiden van de erffunctie (verkeer binnen woongebieden); een alternatieve scheidingswijze is de ontsluitingsstructuur. Wegen van het interlokale hoofdnet vervullen uitsluitend een stroomfunctie, terwijl bij stedelijke wegennetten de erffunctie een belangrijke rol speelt. Onder verkeersruimte wordt het geheel aan openbaar gebied verstaan dat voor het verkeer beschikbaar is.

Toepassing

Verkeersstructuur wordt toegepast bij het plannen en organiseren van verkeersruimtes om veiligheid, bereikbaarheid en functie van wegen te bepalen.

  • Scheiden van doorgaand verkeer en lokaal bestemmingsverkeer.
  • Inrichting van stedelijke netten met aandacht voor erffuncties.
  • Ontwerp van straatpatronen: doorlopende straten, doodlopende straten (culs de sac), lusvormige of organische structuren.
  • Vastleggen van aparte zones voor langzaam verkeer of integratie van verschillende verkeerssoorten (bijv. woonerven).

Aandachtspunten

  • Bepaalde straatpatronen stimuleren doorgaand verkeer, andere beperken het tot bestemmingsverkeer.
  • Service- en hulpdiensten hebben vaak behoefte aan goede routeflexibiliteit; sommige structuren bemoeilijken hun werking.
  • Scheiding van verkeerssoorten kan theoretisch de verkeersveiligheid voor langzaam verkeer verhogen, maar gaat vaak ten koste van bereikbaarheid en levendigheid.
  • Publiek en politiek kunnen openbaar vervoer een specifieke invloed geven op het gebruik en de inrichting van wegen.

Deelnemers aan het verkeer

  • Gemotoriseerde voertuigen (o.a. personenauto's, vrachtauto's)
  • Fietsers
  • Voetgangers
  • Openbaar vervoer

Indelingen van de verkeersruimte

De verkeersruimte kan worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieën: traditionele menging, scheiding naar gebied en integratie per gebied.

Traditionele menging van verkeerssoorten

Kenmerken:

  • Indeling volgens trottoir–rijbaan–trottoir.
  • Voetgangers hebben eigen ruimte, maar kunnen bij stilstaand verkeer ook de rijbaan gebruiken.
  • Fietsers en motorvoertuigen delen de rijbaan.
  • Zeer goede toegankelijkheid van percelen en vaak voldoende parkeerruimte.
  • Levendig straatbeeld en grote flexibiliteit in routevorming.
  • Handig voor bedienend verkeer (leveranciers, reinigingsdienst, politie, ambulances).
  • Mogelijkheid dat doorgaand verkeer de straten als sluiproute gebruikt.
  • Vereist slechts basisniveau van verkeersplanning.

Subtypen en kenmerken:

  • Doorlopende straten: veel routeflexibiliteit, veel kruispunten en makkelijk parkeren.
  • Doodlopende straten (culs de sac): zeer beperkte flexibiliteit, minder kruispunten, uitsluitend bestemmingsverkeer, parkeren en omkeren problematisch, onhandig voor bedienend verkeer, minder levendig.
  • Lusvormige of organische (boom)structuur: beperkte flexibiliteit, onduidelijk stratenpatroon voor bezoekers, onhandig voor bedienend verkeer, parkeren lastig, vaak weinig levendigheid en moeilijkheden bij verlaten van de wijk.

Scheiding van verkeerssoorten naar gebied (gescheiden verkeersgebieden)

Algemene kenmerken:

  • Aparte wegen voor gemotoriseerd verkeer en voor langzaam verkeer, soms zelfs grote voetgangersgebieden.
  • Matige tot slechte bereikbaarheid van percelen.
  • Theoretisch verkeersveiliger voor langzaam verkeer.
  • Parkeren geconcentreerd op speciale parkeerterreinen.
  • Eenzijdig straatbeeld en mogelijk gevoel van onveiligheid.

Integratie per gebied (woonerven)

  • Integratie van verschillende verkeerssoorten binnen hetzelfde gebied met aangepaste inrichting (zoals woonerven), waarbij prioriteiten en snelheden anders worden geregeld dan op reguliere wegen.