Vissingstuk
Een vissingstuk is een passtuk in de dekvloer dat de beplanking van bakboord en stuurboord in het midden met elkaar verbindt.
Betekenis
Een vissingstuk is een vulstuk of passtuk in de dekvloer van een schip, vaak geplaatst in het midden van het dek. Het vormt de aansluitende plank rond de mast of, bij afwezigheid van een mast, het lobvormige deelt dat de scheiding tussen de beplanking aan bakboord en stuurboord vormt.
Toepassing
Het begrip komt voor in verschillende takken van de scheepvaart; toepassingen zijn onder meer:
- Constructiedelen rond de mast in de binnenvaart (aangeduid als vissing of visser).
- Midscheepse plank bij de bouw van kleinere, lichte houten scheepjes.
- Aansluitend onderdeel in het midden van de dekvloer wanneer geen mast aanwezig is.
- Algemeen als vulstuk of passtuk in de dekvloer bij het leggen van dekken.
Aandachtspunten
- Rekening houden met dialectale verschillen: vissing, visser en vissingstuk worden niet altijd op dezelfde manier gebruikt in zeevaart, binnenvaart en pleziervaart.
- Vissingstukken dienen qua dikte aan te sluiten op de omliggende dekdelen.
- Vissingstukken treden meestal midships op en kunnen een lobvormig profiel hebben.
- Duid onderscheid houden tussen vissingstukken (midden/dek) en kantdelen langs de rand van het dek.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Vissingstukken zijn vaak uitgevoerd als teak latten in dezelfde dikte als de omliggende dekdelen.
- Vormgeving kan lobvormig zijn, passend bij de middenscheeps plaatsing van het passtuk.
Onderdelen
- Kantdelen: plankjes die langs de randen van de dekvloer lopen.
- Lijfhouten: de naam die vaak gebruikt wordt voor de kantdelen van de dekvloer aan de buitenzijde van de romp.
Verschil met lijfhout
- Vissingstuk: middenscheeps geplaatst passtuk dat de scheiding tussen beplanking aan bakboord en stuurboord vormt of aansluit rond de mast.
- Lijfhout: kantdeel langs de buitenzijde van de romp, gebruikt voor de randen van de dekvloer.