Wandbespanning
Wandbespanning is een traditionele constructie van latten en textiele onderlagen die een luchtspouw en dragende basis voor wandbekleding vormt.
Betekenis
Wandbespanning is de volledige opbouw van een houten raamwerk (betengeling, tengels, grondhout) met daarop een eerste drager van linnen of jute, gevolgd door grondpapier en een toplaag van behang, textiel of leer. Het linnen of de jute wordt enkele centimeters vóór de muur gespannen om een luchtspouw te vormen, vochtdoorslag te voorkomen en als eerste dragende laag te dienen; het grondpapier geeft extra stevigheid voor de afwerklaag.
Toepassing
Wandbespanning wordt toegepast als decoratieve en functionele afwerking van binnenmuren.
- Voorkomen van vochtdoorslag door de muur door de luchtspouw.
- Afschermen van oneffenheden in de muur (onregelmatige bakstenen, achterwerkers).
- Creëren van een rijkere uitstraling met decoratieve behangsels of textiel.
- Bieden van warmte-isolatie door de luchtspouw.
- Verbeteren van de akoestiek van een ruimte.
Aandachtspunten
- Plaats de eerste drager enkele centimeters vóór de muur om een effectieve luchtspouw te verkrijgen.
- Zet het linnen strak op de betengeling en zet vast met spijkertjes; spijkertjes worden vaak in menie gezet om roestvorming te voorkomen.
- Bescherm kwetsbare delen (bijvoorbeeld in krappe ruimten) met een stoelplank of lambrisering van circa 1 meter om beschadiging te vermijden.
- Gebruik synthetisch doek om stofvorming van natuurlijke vezels (zoals jute) en bijbehorende zwarte vlekken te verminderen.
- Hiding van leidingen kan achter de betengeling plaatsvinden.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Houten raamwerk: betengeling, tengels, grondhout.
- Eerste drager: klassiek linnen; alternatief jute of synthetisch doek.
- Grondlaag: zachte natte vellen papier en eventueel een tweede laag hard papier in banen; in eenvoudige huizen soms krantenpapier als grondlaag.
- Oppervlakteafwerking: papieren behang, textiel, leer; bij textiel kan een tussenlaag van molton of synthetisch fibervoering worden aangebracht voor verdikking.
- Randafwerking: soms afgewerkt met koord; schilderingen of in situ beschilderde voorstellingen komen ook voor.
Uitvoering
- Stap 1: Aanbrengen van de betengeling; achter de betengeling kunnen leidingen worden weggewerkt.
- Stap 2: Spannen van het linnen op het houten frame en vastzetten met spijkertjes die in menie worden gezet om roest te voorkomen.
- Stap 3: Aanbrengen van de eerste laag zacht papier; dit kan worden geschuurd of in het weefsel van het linnen gedrukt om een goede hechting en structuur te verkrijgen.
- Stap 4: Aanbrengen van aanvullende lagen grondpapier en de uiteindelijke toplaag (behang, textiel of andere afwerking).
Historiek en hedendaags gebruik
- In rijkere huizen werd doorgaans linnen gebruikt als ondergrond, met luxueuze wandbekleding (bijv. damast of rijk gedecoreerd behang); soms werden wandbekledingen op locatie beschilderd.
- In eenvoudige woningen kon de bespanning kwetsbaar zijn; ter bescherming werd vaak een stoellat of lambrisering toegepast.
- De opkomst van spouwmuren en gestucte wanden verminderde het gebruik van traditionele wandbespanning, maar er is opnieuw belangstelling door herwaardering van rijke behangsels.
- Wandbespanning komt nog voor in monumentenpanden en vindt moderne toepassingen in decoratieve geluidswanden (o.m. door gespecialiseerde leveranciers zoals Incatro).
Overige
- Voor het ophangen van schilderijen aan bespanning bestaan speciale haakjes; bovenaan de wand werden soms latten of koorden bevestigd om schilderijen te dragen.