Waterkelder

Dak

Een waterkelder is een ondergrondse ruimte voor opvang en opslag van hemelwater, ook wel regenkelder of cisterne genoemd.

Betekenis

Een waterkelder is een ondergrondse ruimte waarin hemelwater wordt opgevangen en bewaard voor huishoudelijk gebruik. Historisch diende zo’n kelder als bron van drinkwater en water voor de keuken en tuin; de term kan ook verwijzen naar een drijvende kelder. De waterkelder komt overeen met wat men ook een cisterne noemt, een begrip dat al bij de Romeinen bekend was.

Toepassing

Waterkelders werden vooral gebruikt als lokale watervoorziening in woningen; typische toepassingen:

  • Opslaan van hemelwater dat via dakgoot en regenpijp wordt aangevoerd.
  • Voorziening van drinkwater en water voor de keuken en het huishouden.
  • Voorziening van water voor de tuin.
  • Voeden van een keukenpomp of tappunt in huis.

Aandachtspunten

  • Controleer de waterkwaliteit: opgeslagen hemelwater kan variëren in kwaliteit en in droge periodes sterk verdikt raken.
  • Houd rekening met de locatie: in steden lag de kelder vaak onder de keuken om de afstand tot de pomp te verkleinen.
  • Wees bewust van gezondheidseffecten van gebruikte materialen: leidingen naar pompen waren vaak van lood.
  • Realiseer dat aanleg kosten met zich meebracht (putbouw, metselwerk, leidingen, overstortgootjes en afvoeren).

Kwaliteit van het water

  • Grachtwater was historisch vaak sterk verontreinigd en ongeschikt als drinkwater.
  • Rivier- of meerwater varieerde qua kwaliteit en hing sterk van de locatie af.
  • Water uit grondwaterputten en opgevangen water in kelders was doorgaans redelijk van kwaliteit doordat die bronnen afgesloten waren en het water dieper en kouder lag.
  • In droge zomers kan water in regen- of waterkelders achteruitgaan in kwaliteit door gebrek aan aanvoer en concentratie van verontreinigingen.
  • Bij tekorten werd soms relatief schoon water per waterschuit aangevoerd uit verder gelegen rivieren of meren.

Plaats en uitvoering

  • Meestal buiten onder een binnenhof of grote tuin; in stedelijke situaties vaak binnenshuis, vaak direct onder de keuken.
  • Opslagcapaciteit kon oplopen tot een paar duizend liter (een paar m3 water).
  • Constructief hadden waterkelders vaak een plafond van houten balken met troggewelfjes; binnenwanden of vloeren waren vaak afgewerkt met geglazuurde witjes of bruine plavuizen.
  • Bij de aanleg hoorde vaak een grondwaterput in de kelder, met metselwerk aanvoeren, overstortgootjes en afvoeren.

Tappunten en aanvoer

  • Een pomp in de keuken was lange tijd luxe; water werd handmatig met emmers uit schuiten of kelders gehaald of opgepompt.
  • Meestal was er één tappunt in de keuken; rijkere huishoudens hadden soms twee tappunten: één voor putwater (werkwater) en één voor kelderwater (drinkwater).
  • Aanvoerleidingen van kelder of put naar de pomp waren vaak van lood, wat nadelige gezondheidseffecten kon hebben.