Weidevogels
Weidevogels zijn weidegebonden vogels zoals grutto en kievit die bloemenrijke, vochtige weilanden nodig hebben om te broeden en kuikens groot te brengen.
Betekenis
Weidevogels zijn soorten die een weideachtige natuur waarderen en in zulke gebieden broeden, foerageren en hun jongen grootbrengen. Voorbeelden zijn grutto, kievit, tureluur, scholekster, kemphaan en veldleeuwerik; ook andere vogelsoorten gebruiken vergelijkbare habitats wanneer hun eigen leefomgeving beperkt is.
Toepassing
Weidevogels komen voor in weidegebieden en agrarische landschappen.
- Voorkomen in weilanden met geschikte broed- en foerageerplaatsen.
- Aanwezigheid op biologische melkveebedrijven en andere extensieve bedrijfsvormen.
- Gebruik van greppels, plasdras en kruidenrijke percelen als voedings- en schuilplaats.
- Bezetting van plekken waar struiken en enkele bomen voor beschutting zorgen.
Ideale habitat
De gedroomde leefomgeving voor weidevogels heeft de volgende kenmerken:
- Betrekkelijk vochtig, vooral in de lente; met natte greppels en bij voorkeur plasdras.
- Diverse grassen en een kruidenrijk, bloemenrijk grasland (boterbloemen, koekoeksbloemen, ratelaars, zwanenbloemen e.d.).
- Bloeiende planten die insecten aantrekken als voedsel voor kuikens.
- Struiken voor beschutting en enkele bomen voor schaduw en droge plekken.
Problemen in huidige weilanden
Veel huidige weilanden missen de eigenschappen die weidevogels nodig hebben:
- Omzetting van bloem- en kruidenrijk grasland naar monotone raaigras- en maisakkers.
- Verlies van kleinschalig landschap (boomgroepen, heggen, houtwallen, greppels) door ruilverkaveling.
- Verdwijning van gemengde bedrijfsvormen waardoor voedsel en broedmogelijkheden afnemen.
- Gebruik van pesticiden, meststoffen en herbiciden met directe en indirecte gevolgen zoals mislukte voortplanting, sterfte, minder voedsel en verminderde biodiversiteit.
- Te lage waterstand doordat weilanden het materieel van boeren moeten dragen.
- Te vroeg maaien dat eieren en jonge vogels vernietigt.
- Te weinig rust tijdens het broedseizoen (ongeveer een kleine maand) en voor jonge vogels (blijven ongeveer een maand nabij het nest).
- Eentonig raaigras zonder bloemen, waardoor jonge vogels kwetsbaarder zijn voor predatie en insecten als voedsel ontbreken.
- Ontbreken van schaduwplekken en verstoring door recreatie en stadsuitbreiding.
- Vervanging van zomergranen door wintergranen en maïs die nadelig is voor akkervogels.
Ondersteuning en subsidies
- Voor aankoop van geschikte grond zijn vaak subsidies beschikbaar van centrale of lokale overheden.
- Er bestaan fondsen zoals het Rijke Weide Vogelfonds die informatie en steun kunnen bieden.
Aandachtspunten
- Behoud of herstel van vochtige plekken (greppels, plasdras) vooral in de lente.
- Stimuleren van kruidenrijk en bloemrijk grasland in plaats van monoculturen.
- Vermijden van vroeg maaien tijdens het broedseizoen.
- Beperken van pesticide-, meststof- en herbicidegebruik om voedselbronnen en biodiversiteit te beschermen.
- Handhaven of heraanleggen van struiken, houtwallen en kleine bomen voor beschutting en schaduw.