Zwevende dekvloer

Een dekvloer die niet rechtstreeks op de ondergrond ligt maar via een verende of isolerende tussenlaag is aangebracht.

Betekenis

Een zwevende dekvloer is een af- of dekvloer die niet direct aan de constructieve ondergrond vastzit maar via een tussenlaag of constructie gelegd wordt, waardoor de dekvloer verend is of onafhankelijk kan bewegen. Vaak worden folies of isolatielagen gebruikt om de constructieve vloer, de isolatielaag en de dekvloer van elkaar te scheiden en zo onafhankelijke beweging mogelijk te maken.

Toepassing

De zwevende dekvloer wordt toegepast wanneer scheiding tussen dekvloer en draagvloer gewenst is.

  • Vermijden van geluidshinder in appartementen, concertzalen, bioscopen en gymzalen.
  • Verbeteren van thermische isolatie; isolatielaag scheidt de warmte van vloerverwarming van de koude constructievloer.
  • Maken van demonteerbare afwerkingen zoals lamellenparket of laminaat.
  • Realiseren van box‑in‑box-constructies (jack-up-vloeren) voor extra akoestische ontkoppeling.

Aandachtspunten

  • Zorg dat de randen van de dekvloer niet tegen de wanden aansluiten om opbolling door temperatuurstijging te vermijden.
  • Gebruik randisolatie om contactgeluid naar wanden te verminderen en om randcontacten te voorkomen.
  • Zorg voor een flexibele tussenlaag tussen dekvloer en draagvloer en tussen dekvloer en wanden zodat lagen onafhankelijk kunnen bewegen.
  • Bij vloerverwarming kan de isolatielaag dienen als drager voor krammen (tackers) die verwarmingsbuizen tijdens het storten vasthouden.
  • Kies uitvoering en materiaalkwaliteit passend bij natte of droge opbouw (zie "Nat of droog").

Geluidsisolatie en warmte-isolatie

De ontkoppeling tussen constructievloer en dekvloer en de aanwezigheid van een extra isolatielaag beperken contactgeluid en verbeteren de thermische scheiding. Daardoor vermindert de overdracht van contactgeluid en wordt de warmte van een vloerverwarmingssysteem beter gescheiden van de koude constructievloer.

Nat of droog

  • Natte zwevende dekvloer: opgebouwd met natte materialen zoals anhydriet of beton; de dekvloer is min of meer dragend en gedraagt zich als een doorbuigende vloer waarbij buigtrek zich aan de onderzijde voordoet. Het materiaal moet goede samenhang hebben; verdichting is noodzakelijk. Voor goede buigsterkte is een gietdekvloer aan te bevelen, met wapening meer naar de onderzijde gelegen.
  • Droge zwevende dekvloer: opgebouwd uit droge elementen (plaatmateriaal, isolatie, randisolatie e.d.). Voordelen zijn tijdwinst doordat er geen droogtijd is en betere demonteerbaarheid (circulair ontwerp).

Uitvoeringsvarianten

  • Zwevend lamellenparket en laminaat: de vloerdelen zijn niet aan de ondergrond gelijmd maar onderling verbonden (klemmen of klikken).
  • Gietdekvloer met verwarming: dekvloer met geïntegreerde verwarmingsbuizen kan als zwevende dekvloer worden uitgevoerd mits doorlopende tussenlagen aanwezig zijn.
  • Box‑in‑box / jack‑up-vloer: extra (zwevende) muren op lengtedempbeugels en een extra betonvloer op minerale wol; veerpotten worden mee­gegoten en na harden opgekrikt om zwevende hoogte aan te passen.
  • Systeemoplossingen zoals het isofloat-concept: bijna "echte" zwevende vloer via elastomeerblokken onder een betonvloer voor verbeterde ontkoppeling.