Zwieping

Een zwieping is een lat of schoor die eenvoudig aan liggers en stijlen wordt bevestigd voor tijdelijke of soms permanente versteviging.

Betekenis

Een zwieping is een soort schoor of schoorlat: een lat die op een eenvoudige wijze aan liggers en stijlen wordt bevestigd om onderdelen te verstevigen of in positie te houden. Vaak wordt de zwieping tijdelijk toegepast bij het verticaal stellen van constructieonderdelen; in enkele gevallen maakt ze deel uit van een permanente constructie. Daarnaast heeft het woord andere betekenissen: het dun uitlopende eind van een touw en de mate van horizontale stijfheid van een vloerveld.

Toepassing

Zwiepingen worden gebruikt voor het (tijdelijk) verstevigen en stabiliseren van bouwelementen.

  • Verticaal stellen en op positie houden van metselprofielen.
  • Vastzetten en in de goede stand houden van raam- of deurkozijnen.
  • Toepassing als (tijdelijke of permanente) korbeel in een kapconstructie.
  • Eenvoudige versteviging door bevestiging in hetzelfde vlak als de te verstevigen onderdelen.
  • Als term voor het dun uitlopende eind van een touw, bijvoorbeeld in scheepsbouw.

Aandachtspunten

  • Gebruik: veelvuldig tijdelijk; slechts in enkele gevallen onderdeel van een permanente constructie.
  • Plaatsing: een zwieping kan in hetzelfde vlak liggen als de onderdelen die verstevigd moeten worden.
  • Terminologie: de term wordt in de praktijk minder gebruikt; men spreekt vaak gewoon van een schoor of schoorlat.
  • Vloeren: bij gebruik van "zwieping" voor vloeren gaat het om de mate van horizontale stijfheid; doorzakken kan optreden door te dunne vloeren, het zakken van heipalen of ongelijke belastingen.
  • Touw: bij de betekenis als eind van een touw worden de garens aan het einde gedeeltelijk weggesneden, waarbij dichter bij het uiteinde meer materiaal wordt weggesneden.

Andere betekenissen

  • Dun uitlopend eind van een touw: het uiteinde waarvan de garens deels zijn weggesneden (associeert met het beeld van een "zweep").
  • Scheepsbouw: de term komt terug in de beschrijving van de top van een mast die in de wind meer of minder zwiept.
  • Vloerveld: aanduiding van de horizontale stijfheid van een vloer; beïnvloed door constructiedikte, funderingszetting en ongelijke belastingen.