Plaatligger

Een plaatligger is een ligger van aan elkaar bevestigde I-profielen met een extra hoog lijf.

Betekenis

Een plaatligger is een ligger samengesteld uit aan elkaar gelaste of met bouten bevestigde stalen I-profielen met een extra hoog lijf (het verticale deel van de I). Bij een extra hoog lijf worden soms plaatverstijvingen toegepast om het knikken van het lijf en het doorbuigen van de flenzen te voorkomen.

Toepassing

Plaatliggers worden ingezet als draagconstructies in verschillende civiele en industriële toepassingen.

  • Dragen van daken in industriële hallen als dakligger
  • Liggers in bruggen en brugdekken
  • Vloerconstructies bij zware belastingen (bij betonnen uitvoeringen zoals Lambda plaatliggers)

Aandachtspunten

  • Voor hoge lijven is plaatverstijving nodig om knik en vervorming van flenzen te voorkomen.
  • Bij plaatliggers als dakliggers kan brandwerende behandeling noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld omkasting met hout of gipsplaten of het aanbrengen van een coating die ongeveer bij 350 °C opzwelt.
  • Bij historische bruggen komen uitvoeringen voor met flenzen bevestigd door hoekstalen en klinknagels; na 1950 worden I-liggers meestal gelast.
  • Aansluitwijze kan bestaan uit lassen of boutverbindingen afhankelijk van uitvoering en toepassing.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Stalen plaatliggers: samengesteld uit gelaste of geboute I-profielen, soms met geprofileerde lijfplaten voor lichtere constructies.
  • GLP (Geprofileerde Lijf Plaat): een lichtgewicht plaatligger (GLP Lightweight Beam / GLP Lichtgewicht Constructiebalk) die volgens fabrikanten vrije overspanningen tot 160 m kan bereiken.
  • Betonnen plaatliggers: voorbeeld is de Lambda plaatligger van voorgespannen beton, bedoeld voor overspanningen tot circa 15 m; typische afmetingen zijn 1.200 mm breed en een hoogte van 150–300 mm, met een druklaag van 300–600 mm.
  • Houtachtige plaatliggers: meestal aangeduid als vollewandligger; de term vollewandligger wordt soms ook voor stalen plaatliggers gebruikt.

Onderdelen

  • Lijf: het verticale deel van de I-vorm dat bij plaatliggers extra hoog is uitgevoerd.
  • Flenzen: de boven- en onderliggende horizontale elementen van de I-vorm.
  • Plaatverstijvingen: stijfheidselementen om knik en lokale vervorming te voorkomen.

Historiek / uitvoering

  • Voor 1950 werden bij bruggen I-liggers vaak vervaardigd door flenzen met hoekstalen en klinknagels aan het lijf te bevestigen.
  • Na 1950 is de productie van I-liggers overwegend gelast.