Aantrede

De aantrede is de afstand van de voorkant van een traptrede tot die van de volgende trede, oftewel de nuttige breedte.

Betekenis

De aantrede is de afstand van de voorkant van een traptrede tot aan de voorkant van de volgende traptrede en geeft daarmee de nuttige breedte van de trede aan. Dit is niet per definitie gelijk aan de afstand van het puntje van de neus tot het stootbord; die tredebreedte kan groter zijn doordat trede-overstek of een schuin stootbord de maat beïnvloeden. De term kan ook kort worden beschreven als de afstand van stootbord tot stootbord en wordt ook gebruikt voor het oppervlak van de trede waarop de voet rust.

Toepassing

De aantrede wordt toegepast bij ontwerp, uitvoering en keuring van trappen.

  • Ontwerp en dimensionering van woontrappen.
  • Controle van de maatvoering ter plaatse van de klimlijn.
  • Ontwerp van gedraaide trappen en spiltrappen met verdreven treden.
  • Vergelijking met steektrappen om constante aantrede te waarborgen.

Aandachtspunten

  • Meet de aantrede vanaf de voorkant van een trede tot de voorkant van de volgende trede, niet uitsluitend tussen neus en stootbord.
  • Houd rekening met trede-overstek en schuine stootborden die de tredebreedte kunnen vergroten ten opzichte van de aantrede.
  • Voor woonfuncties geldt een minimale aantrede ter plaatse van de klimlijn van 220 mm volgens het Bouwbesluit.
  • Bij gedraaide trappen en spiltrappen wordt de aantrede kleiner richting de spil door verdreven treden; ontwerp hierop afgestemde looplijnen.
  • De verhouding tussen optrede en aantrede wordt in Engelstalige literatuur aangeduid als de riser/tread ratio.

Verschil met tredebreedte

  • Aantrede: afstand tussen de voorkanten van opeenvolgende treden of het deel van de trede waarop de voet rust (nuttige breedte).
  • Tredebreedte: afstand van het puntje van de neus tot het stootbord; deze maat kan groter zijn dan de aantrede door overstek of schuine stootborden.

Trappen met variërende aantrede

  • Gedraaide trappen en spiltrappen: bevatten verdreven treden waarbij de aantrede naar de spil toe afneemt.
  • Steektrap: heeft uitsluitend rechte treden en dus een constante aantrede over de breedte van de trede.