Amsterdamse methode
Een funderingsmethode op houten palen waarbij de belasting via jukken en kespen naar de draagkrachtige grond wordt geleid.
Betekenis
De Amsterdamse methode is een paalfundering op houten palen waarbij belastingen van een gebouw via jukken en kespen naar de draagkrachtige grond worden afgevoerd. Jukken verbinden telkens twee palen, en de palen met kespen staan haaks op de lengterichting van de fundering.
Toepassing
Wordt toegepast bij houten paalfunderingen.
- Bij funderingen waarbij paalparen door jukken worden belast.
- Bij constructies waar belasting over gekoppelde paalparen moet worden verdeeld.
- Als alternatief voor een enkele rij palen onder de funderingsmuur.
Aandachtspunten
- Gebruik houten palen als dragende elementen; jukken zijn houten balken met een speciale pasvorm.
- Kespen verbinden telkens twee palen en zorgen voor gezamenlijke belastingafvoer.
- Palen met kespen staan haaks op de lengterichting van de fundering, wat invloed heeft op paalplaatsing.
- Bij gelijkblijvende belasting en een paaldraagvermogen van ca. 8–10 ton per paal beïnvloedt de methode de benodigde paalafstand.
Werking / principe
De belasting van het gebouw wordt via jukken (houten balken met een speciale pasvorm) over twee palen verdeeld; die palen zijn gekoppeld met kespen zodat de gezamenlijke belasting naar diep draagkrachtige lagen wordt geleid. Door de koppeling werken paalparen samen in plaats van individuele palen in een enkele rij.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Houten palen als hoofdcomponent.
- Jukken: houten balken die paalparen verbinden en de belasting overbrengen.
- Kespen: verbindende elementen tussen twee palen.
- Variant: houten paal met betonkop wordt als uitvoering genoemd.
Verschil met rotterdamse methode
- Rotterdamse methode plaatst palen doorgaans in een enkele rij onder de funderingsmuur.
- Amsterdamse methode koppelt palen per twee met jukken en kespen, waarbij de palen haaks op de lengterichting staan.
- Bij gelijke belasting en een paaldraagvermogen van ongeveer 8–10 ton per paal komen bij de Rotterdamse methode de palen dichter bij elkaar te staan dan bij de Amsterdamse methode.