Amsterdamse School

De Amsterdamse School is een Nederlandse expressionistische bouwstijl (circa 1910–1940) met plastische gevels en rijk siermetselwerk.

Betekenis

De Amsterdamse School is een expressionistische architectuurstroming uit Nederland die harde handmatige ambachtelijkheid en plastische vormen combineert. De stijl kenmerkt zich door zichtbaar siermetselwerk, gebruik van "eerlijke" materialen zoals baksteen en hout, grillige kozijnvormen en een streven naar een Gesamtkunstwerk waarbij exterieur, interieur en straatmeubilair één ontwerp vormen. Functionele eisen worden vaak ondergeschikt gemaakt aan vormgeving.

Toepassing

De stijl werd hoofdzakelijk toegepast in stedelijke bouwprojecten tussen circa 1910 en het einde van de jaren twintig, en in meubel- en objectontwerp.

  • Woningbouw en volkshuisvesting
  • Scholen en bruggen
  • Interieurontwerp: meubels, lampen en inrichting
  • Straatmeubilair en openbare decoratie

Aandachtspunten

  • Zichtbaar handwerk/vakmanschap: siermetselwerk, handvormstenen en tegels zijn karakteristiek.
  • Materialen: voorkeur voor baksteen en zwaar hout; beton en staal werden niet in het zicht toegepast.
  • Gevelbeeld: plastische, massieve vormen met overheersende horizontale lijnen en verticale accenten.
  • Openingen: grillige kozijnvormen, vaak laddervensters/bandvensters en glas-in-lood.
  • Dak en details: steile daken, soms torentjes; onconventioneel materiaalgebruik (bijv. dakpannen als muurbekleding).
  • Ontwerpvisie: streven naar een totaalontwerp (Gesamtkunstwerk) en verbeterde woonomgeving voor arbeiders.

Kenmerken

  • Expressionistisch karakter met fantasierijke vormen
  • Overheersende horizontale lijn gecombineerd met verticale accenten
  • Siermetselwerk en handvormstenen prominent aanwezig
  • Grillige houten kozijnen en laddervensters/bandvensters
  • Gebruik van glas-in-lood en accentueringen bij deuren, portieken en doorgangen
  • Soms golvende gevels en massieve, plastische massa's
  • Functionele eisen ondergeschikt aan beeldende vormgeving

Ontstaan en belangrijke figuren

De stroming ontwikkelde zich ongeveer tussen 1910 en 1940 en domineerde vooral tot het einde van de jaren twintig in Amsterdam en directe omgeving (zoals het Gooi, Bergen en Aalsmeer); zij beïnvloedde ook het bouwen in Groningen. Het bureau van Eduard Cuypers wordt gezien als oorsprong omdat veel aanvoerders van de stijl daar gevormd werden. Belangrijke architecten waren Michel de Klerk, Piet Kramer, Joan (Jo/Jan) van der Meij en Joop (Joseph) Crouwel jr. Veel gevelbeeldhouwwerk werd uitgevoerd door beeldhouwers als Hildo Krop en W.C. Brouwer.

Materialen en uitvoering

  • Baksteen en handvormstenen: hoofdmateriaal voor gevels en sierlijk metselwerk
  • Hout: zware, soms grillig gevormde kozijnen en deuren
  • Glas-in-lood: veelvuldig toegepast in ramen
  • Dakmaterialen: steile daken, soms riet bij landhuizen; toepassing van dakpannen als gevelbekleding
  • Constructie: gewapend beton of staal werd wel toegepast, maar meestal buiten het zicht gehouden, waardoor bredere ramen in bakstenen muren mogelijk werden