Arkel, arkeltorentje

Een arkel of arkeltorentje is een veelhoekig of rond uitbouwsel op een gevelhoek, oorspronkelijk als uitkijkpost en later ter verfraaiing.

Betekenis

Een arkel (ook arkeltorentje genoemd) is een uitbouw aan of op de hoek van een gevel die zich vanaf de eerste of een hogere verdieping verheft. Oorspronkelijk diende het als uitkijkpost bij kastelen en spietoren; later kwam het voor bij kerken en andere gebouwen veelal als decoratief element.

Toepassing

Een arkel wordt toegepast op gevelhoeken en in historische of eclectische architectuur.

  • Uitbouwen aan gevelhoeken van kastelen, kerken en burgerlijke gebouwen.
  • Als houten of stenen uitbouw aan het koor van een huiskapel (voorkomend in de Gotiek).
  • Als decoratief element met een spits of kap.
  • Als kleine torenvormige uitbouw vanaf de eerste verdieping of hoger.

Aandachtspunten

  • Vaak overkapt met een spits; spitsen kunnen van koper zijn en hebben dan kans op patineren.
  • De term arkeltorentje wordt gebruikt omdat "toren" te groot van omvang kan suggereren.
  • Vorm varieert: veelhoekig of rond.
  • In Duitsland kreeg de gotische vorm later de naam Chörlein.

Etymologie

De herkomst van het woord arkel is vrijwel identiek aan die van erker. Het gaat terug op de Picardische vorm arquiere van het Oudfranse archière/archère, afgeleid van het middeleeuws-Latijnse arcuaria (schietgat), zelf afgeleid van het Latijnse arcus (boog). Het Duitse woord Erker heeft eenzelfde afleiding.

Voorbeelden

  • Veelhoekige arkeltorens aan de Onze Lieve Vrouwe- of Gevangenpoort, restant van de 14e/15e-eeuwse ommuring van Bergen op Zoom.
  • Rond arkeltorentje met groen geoxideerde koperen spits van de eclectische Gereformeerde kerk in de Graaf van Burenstraat in Deventer (ontwerp Mulock Houwer, 1890).

Verwante termen / equivalente benamingen

  • Duits: Chörlein.
  • Engels/Frans (equivalenten genoemd): turret, guerite, bartizan (bartizan en guerite vooral bij kastelen).