Balansventilatie
Balansventilatie is een gesloten mechanisch ventilatiesysteem dat mechanisch zowel aanvoer als afvoer van lucht in balans brengt.
Betekenis
Balansventilatie (ook: gebalanceerde ventilatie; soms ventilatiesysteem WTW) brengt mechanisch de aanvoer en de afvoer van lucht in een gebouw met elkaar in balans, zodat evenveel gefilterde buitenlucht wordt aangevoerd als vervuilde binnenlucht wordt afgevoerd. De aanvoergeschikte lucht richt zich op woon- en slaapkamers, de afvoer op keuken, badkamer en toilet, en via overstroomopeningen wordt verse lucht naar alle kamers geleid.
Toepassing
Balansventilatie wordt toegepast in woningen en gebouwen waar continulevering van verse, gefilterde lucht en beheersing van vocht en vervuiling vereist zijn.
- Bieden van verse lucht aan woon- en slaapkamers.
- Afvoeren van vochtige en vervuilde lucht uit keuken, badkamer en toilet.
- Toepassing in goed geïsoleerde en luchtdichte nieuwbouw waar natuurlijke toevoer onvoldoende is.
- Vervanging of alternatief voor traditionele mechanische afvoer (systeem C) in moderne woningen.
Aandachtspunten
- Vereist een goede luchtdichtheid van de woning voor correcte werking.
- Betrek installateur en aannemer reeds in de ontwerpfase wegens complexiteit en capaciteitbepaling.
- Meeste systemen beschikken over warmteterugwinning (WTW) om de aangezogen buitenlucht voor te verwarmen en energie te besparen.
- Systeeminstelling heeft meerdere standen; de hoogste stand wordt gebruikt bij koken, douchen of bij veel bewoners.
- Overstroomvoorzieningen (bijv. spleten onder binnendeuren) zijn nodig om vers aangevoerde lucht door de woning te laten circuleren.
Werking / principe
Het systeem werkt vanaf één centraal punt met mechanische aan- en afvoer: één ventilator voert vervuilde en vochtige binnenlucht naar buiten af, en één ventilator zuigt verse buitenlucht naar binnen, meestal via filters en luchtkanalen. De aangezogen buitenlucht kan worden voorverwarmd met warmte uit de afgevoerde lucht (warmteterugwinning). Buitenlucht wordt centraal aangezogen in plaats van via roosters in muren of kozijnen; luchtverdeling naar individuele ruimtes gebeurt via ventielen (anemostaten) en overstroomopeningen.
Onderdelen
- Centrale ventilatoren voor aanvoer en afvoer.
- Filters op de aanzuigzijde.
- Luchtkanalen voor toevoer en afvoer.
- Ventielen (anemostaten) voor verspreiding en regeling.
- Warmteterugwinningseenheid (WTW) bij systemen met warmteterugwinning.
Capaciteit en bediening
- Veel systemen bieden meerdere standen of traploze regeling; hoogste stand gebruikt bij koken en douchen.
- Typische capaciteit voor woningen in de hoogste stand is circa 300 m3/uur.
- Ventilatieroosters in ramen kunnen aanvullend gebruikt worden om in koude periodes ongefilterde frisse lucht binnen te brengen indien gewenst.
Verschil met andere ventilatiesystemen
- Systeem C (mechanische afvoer): alleen mechanische afvoer; aanvoer gebeurt via roosters en natuurlijke toevoer.
- Systeem D / balansventilatie: mechanische toevoer én afvoer vanuit één centraal punt, vaak met WTW.
- Systeem E en oudere systemen (A, B) worden afzonderlijk onderscheiden; systeem D is vooral ontstaan door toegenomen isolatie en kierdichtheid van gebouwen.