Beuk
Een beuk is een ruimtelijke eenheid in een kerk of ander gebouw, meestal de ruimte tussen pilaren of tussen pilaren en zijmuren.
Betekenis
Een beuk is één van de in de lengterichting of dwarsrichting gelegen ruimten die door pilaren of door pilaren en zijmuren worden begrensd. In kerkgebouwen is beuk synoniem met schip en verwijst het naar hoofd- of zijruimten binnen de romp van de kerk.
Voor het hout van de beukenboom: zie beuken.
Toepassing
De term wordt gebruikt bij de ruimtelijke indeling van kerken en andere gebouwen.
- In kerken: als middenbeuk (hoofdbeuk of middenschip), zijbeuken en dwarsbeuken.
- Bij transepten: dwarsbeuken vormen samen met het tussenliggende deel het transept.
- Bij éénbeukige kerken: aanduiding voor een kerk zonder zijbeuken (bijv. zaalkerken, schuilkerkjes).
- In andere gebouwen: als stramien: een door hoofdmuren begrensde ruimte die meestal afzonderlijk overkapt is.
- In woningen: éénbeukige woningen bestaan doorgaans uit één stramien.
Aandachtspunten
- Een dwarsbeuk staat loodrecht op de as van de kerk.
- Transept ontstaat door de combinatie van dwarsbeuken en het tussenliggende deel; kruisbeuk werd vroeger als synoniem voor transept gebruikt.
- Het begrip éénbeukig duidt afwezigheid van zijbeuken en komt voor in zowel kerken als kleinere gebouwtypes.
- De begrenzing van een beuk wordt gevormd door pilaren of door pilaren en zijmuren; elke beuk is gewoonlijk afzonderlijk overkapt in niet-kerkelijke gebouwen.
Typen / varianten
- Middenbeuk (middenschip, hoofdbeuk): de centrale beuk van een kerk.
- Zijbeuk (aisle): beuken langs de zijkanten van de middenbeuk.
- Dwarsbeuk: beuk die loodrecht op de as van de kerk staat.
- Transept (kruisbeuk): geheel gevormd door dwarsbeuken en het tussenliggende deel.
- Eénbeukige kerk: kerk zonder zijbeuken; voorbeelden zijn zaalkerken en schuilkerkjes.
- Beuk als stramien: term voor een door hoofdmuren begrensde, afzonderlijk overkapte ruimte in andere gebouwen.
Etymologie
Het woord beuk is een nevenvorm van buik, afkomstig uit het Middelnederlands buec; in sommige Vlaamse streken wordt buik als benaming voor beuk gebruikt.
Vertalingen
- Engels: nave (schip, middenbeuk); aisle (zijbeuk); section (voor stramien).
- Frans: nef, vaisseau.