Bouwstijl
Een bouwstijl is het geheel van kenmerken waarmee gebouwen van een bepaalde periode, volk of architect zich onderscheiden.
Betekenis
Een bouwstijl is het geheel van zichtbare en structurele kenmerken waardoor gebouwen van een bepaald tijdvak, volk of architect zich onderscheiden. Deze kenmerken maken herkenning, classificatie en chronologievorming van bouwkundig erfgoed mogelijk.
Toepassing
Bouwstijl wordt gebruikt om gebouwen te typeren en te situeren in tijd en regio.
- Typeren van gebouwen volgens herkenbare kenmerken en esthetiek.
- Situeren van gebouwen in historische periodes met jaartallen.
- Onderscheiden van regionale en lokale sub-stijlen (bijv. Brabantse Gotiek, Kempense Gotiek).
- Aangeven van alternatieve benamingen in andere talen (bijv. Early English, Manuel I).
Aandachtspunten
- Periodes van bouwstijlen worden vaak met jaartallen aangegeven; periodes kunnen elkaar overlappen.
- Bouwstijlen kennen regionale varianten en sub-stijlen met eigen kenmerken en namen.
- Sommige benamingen verwijzen specifiek naar interieur- of tuinontwerp (bijv. Neo-Barok vooral interieurstijl en tuinaanleg).
- Na periodes met rijke ornamentiek volgt dikwijls een soberdere stijl.
Typen / voorbeelden
- Grieks (1000 v.Chr - 400 v.Chr)
- Romeins (300 v.Chr - 400 n.Chr)
- Vroeg-Christelijk (300-500)
- Byzantijns (550-ca. 830)
- Voor-Romaans (350-1000)
- Romaans (1100-1300): Norman Architecture (Normandische architectuur)
- Gotiek (1135-1500)
- Vroege Gotiek (1135-1200) en Romanogotiek (1250-1375)
- Gotiek, Hoge Gotiek of Hooggotiek ("art rayonnant") (1200-1400)
- Late Gotiek of flamboyante Gotiek ("art flamboyant") (1400-1500)
- Engelse termen: Early English (1170-1240, ook Lancet Style); Decorated Style (1240-1350, ook Geometric Style of Geometrical Style, later Curvilinear Style); Perpendicular Style (1350-1500)
- Andere termen: Brabantse Gotiek, Demergotiek, Kempense Gotiek, Nederrijnse Gotiek
- Romanogotiek (1250-1375)
- Renaissance (1400-1500, soms na 1600)
- Vroege Renaissance (1420-1500)
- Hoog-Renaissance (1500-1535)
- Laat-Renaissance of Maniërisme (1520-1580)
- Hollandse Renaissance of Noordelijk Maniërisme (tot ca. 1630)
- Vlaamse Renaissance
- Engelse Renaissance of Elizabethan era of Shakespeare's Times (ca. 1520-ca. 1650)
- Barok (1600-1750)
- Russische Barok
- Lodewijk XIV (ca. 1650-1715)
- Late Barok, Vroege Rococo, Lodewijk XV (1710-1745) en Régence (1710-1730)
- Hollands Classicisme (ca. 1650) inclusief Strakke Stijl
- Jersey Dutch Style (vanaf ca. 1650)
- Régence (1710-1730)
- Georgian Style (1720-1840), Regency Style, inclusief Neo-Palladianisme
- Rococo (1730-1770)
- Neo-Gotiek (1740-1880) inclusief Willem II Gotiek, Neo-Tudor-stijl, Russische Pseudo-gotiek
- Romantiek (1750-1820)
- Neo-Classicisme (1770-1880)
- Lodewijk XVI (ca. 1775)
- Empirestijl (1800-1820)
- Neo-Grec (1820-1850)
- Waterstaatsstijl (ca. 1815-1875)
- Gereduceerd (Neo-)Classicisme (ca. 1860)
- Beaux-Arts (ca. 1875-1920)
- Industrie en Techniek (ca. 1830?-1910?)
- Eclecticisme (1850-1900)
- Chaletstijl (1860-1910)
- Neo-Barok (ca. 1860-1914: vooral interieurstijl en tuinaanleg)
- Neo-Renaissance (1870-1900)
- Beaux Arts (ca. 1870-1910)
- Arts and Crafts Movement (1870-1920)
- Moorse Revival-stijl (Neo-Moorse stijl)
- Dutch Colonial Revival (einde 19e eeuw)
- Noorse drakenstijl (1890-1920)
- Cottagestijl, Landhuisstijl, Engelse landhuisstijl (1890-1940)
- Jugendstil of Art Nouveau (1890-1914)
- Lotharingse stijl (1900-1918)
- Expressionisme (ca. 1900?-?)
- Rationalisme (Nederland 1900-1910, Italië 1920-1940)
- Nieuwe Bouwen of Nieuwe Zakelijkheid (1900-1940, eigenlijk tot heden)
- Organisch bouwen (vooral 1980-heden; eigenlijk 1912-heden)
- Kubisme (1907-1925)
- Art Deco (1910-1940)
- Amsterdamse School (1910-1940)
- Constructivisme (1915-1930)
- De Stijl (1917-1932)
- Bauhaus (1919-1938)
- Nieuwe Haagse School (1920-1940)
- Functionalisme (1920-1940)
- Internationale Stijl (1920-1970)
- Modernisme (1920-heden)
- Delftse School (1925-1955)
- Dictatoriaal bouwen (1934?-1945?)
- Shake-hands (1945-1965?)
- Bossche School (1946-1975?)
- Brutalisme (1950-1975)
- Structuralisme (1959-1990)
- Post 65 (periodeaanduiding; 1965-1990)
- High-Tech (1970-1990 of -heden)
- Postmodernisme (1980-2000?)
- Memphis (1985-heden: ook Style Mixte, Gemengde Stijl)
- Deconstructivisme (1988-heden)
- Superdutch (1990-2010)
- Neomodernisme (1994-heden)
- Blob architectuur (1995-heden)
- New Urbanism, Retro-architectuur (1995-heden)
- Supermodernisme (1995-heden)