Romanogotiek
Romanogotiek is een bouwstijl (ca. 1250–1375), een overgang tussen romaans en gotisch, voornamelijk in Groningen en Oostfriesland.
Betekenis
Romanogotiek is een zelfstandige bouwstijl die zich tussen ca. 1250 en 1375 ontwikkelde en de overgang vormt van de romaanse naar de gotische architectuur. Kenmerkend is de combinatie van romaanse elementen (zoals rondbogen) met gotische trekken (zoals hogere muren en spitsbogen), vaak uitgevoerd in baksteen met rijk versierde gevels en inwendige geschilderde decoraties.
Toepassing
De stijl komt vooral tot uiting in kerkbouw in Nederland (vooral Groningen) en in Ostfriesland.
- Eénbeukige kruiskerken en rechtgesloten zaalkerken.
- Vrij van de kerk staande torens.
- Gebouwen opgetrokken met lokaal gebakken kloostermoppen, vloertegels en dakpannen uit een eigen veldoven.
- Interieurs met geschilderde wand- en gewelfdecoratie.
Aandachtspunten
- Geschilderde decoraties: muren en gewelven tonen vaak steentjesschildering en andere muurschilderingen.
- Gewelfvormen: koepelgewelven (vaak meloengewelven) en gewelven van baksteenvlechtwerk, waarbij ribben vooral decoratieve waarde hebben.
- Metselwerkversiering: veel spaarvelden (hoge, ondiepe blinde nissen), geprofileerde baksteen en siermetselwerk in gevels en vensters.
- Boogvormen: aanwezigheid van rondbogen naast gedrukte of klimmende spitsbogen.
- Constructie: hogere muren leiden vaak tot steunberen en muurpijlers met druk bezette colonnetten die doorlopen in de ribben.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Baksteenbouw met lokale productie van kloostermoppen voor muren, vloertegels en dakpannen uit een veldoven.
- Profileringen en siermetselwerk in diverse baksteenuitvoeringen voor gevel- en vensterornamentiek.
Onderdelen
- Spaarvelden: klimmende spaarvelden en gekoppelde nissen in gevels.
- Gewelven: koepelgewelven, meloengewelven en ribgewelven van baksteenvlechtwerk.
- Colonnetten en ribben: doorlopende lijnen van grond tot top, zoals zichtbaar in voorbeelden te Garmerwolde en Stedum.
- Vensters: relatief hoge vensters die soms blind zijn uitgevoerd met sierraadmetselwerk.
Verschil met romaans en gotiek
- Overgangskarakter: combineert romaanse rondbogen en massieve vormentaal met gotische accenten zoals hogere muren en spitsbogen, maar vormt toch een eigen stijl.
- Verticale accentuering: in de loop van de 13e eeuw worden muren hoger en spitsbogen benadrukken het verticale aspect, waarbij colonnetten en ribben een doorlopende lijn vormen.