Buisje van Karsten

Het buisje van Karsten is een open glazen instrument om het wateropnemend vermogen van metselwerk, beton en pleisterwerk te bepalen.

Betekenis

Het buisje van Karsten is een open glazen pijp die op het oppervlak wordt bevestigd en met water gevuld; het dalen van het waterniveau geeft de hoeveelheid door het materiaal geabsorbeerd water aan. Daarmee bepaalt de proef het resterend absorptievermogen van metselwerk, beton of pleisterwerk en toetst men de waterwerendheid na hydrofobering.

Toepassing

De methode wordt toegepast als eenvoudige, in-situ kwaliteitscontrole van gevels en andere metselwerkoppervlakken.

  • Controleren of een hydrofoberende behandeling waterafstotend werkt.
  • Bepalen en kwantificeren van het wateropnemend vermogen van baksteen, natuursteen en voegen.
  • Uitvoeren van meerdere metingen op verschillende locaties om representatieve resultaten te verkrijgen.

Aandachtspunten

  • Gebruik speciaal butylkoord (kleefklei) om de Karstenpijp luchtdicht op het testoppervlak te bevestigen.
  • Vul de pijp met een spuitfles tot het nul‑niveau (0‑merkstreep) en lees het niveau na 5, 10 en 15 minuten af; de maatverdeling heeft een meetnauwkeurigheid van 0,1 ml.
  • Bereken de absorptie als het verschil tussen de waarden na 15 en 5 minuten (delta 15–5); deze waarde is de hoeveelheid water die in 10 minuten door de ondergrond is opgenomen.
  • Voer minimaal twee metingen uit (bij voorkeur meer): minstens één op een steen en één op een voeg.
  • Test bij bij voorkeur droog weer; vooraf een keer spuiten op een andere plaats geeft inzicht in de algemene conditie.
  • Wacht na aanbrengen van watergedragen hydrofoberend product ongeveer 8 dagen vóór controle; bij producten op solventbasis is controle mogelijk na 24 uur.
  • Houd rekening met slechte voegen (putjes, gangen) die meer water opnemen en met verwering van de toplaag, die rechtstreeks een initiële, kleine opname kan veroorzaken zonder het waterwerende karakter wezenlijk aan te tasten.

Methode / uitvoering

  • Bevestigen: plak het open buisje met butylkoord op het testoppervlak zodat de afsluiting dicht is.
  • Vullen: vul de pijp met een spuitfles tot het nul‑niveau (0‑merkstreep) vrijwel bovenaan.
  • Meten: noteer het waterniveau na 5, 10 en 15 minuten; de streepjes op de glazen pijp zijn afleesbaar tot 0,1 ml.
  • Berekenen: de hoeveelheid opgenomen water in 10 minuten wordt gegeven door het niveauverschil tussen 15 en 5 minuten.
  • Belaste omstandigheden: de waterdruk op het oppervlak wordt bepaald door de waterhoogte in de pijp (98 mm) en komt overeen met de druk door wind bij circa 40 m/s (ongeveer 140 km/h) loodrecht op het meetoppervlak.

Interpretatie

Wanneer bij uitvoer van de test in de overgrote meerderheid van gevallen vrijwel geen waterabsorptie wordt gemeten, geldt de waterwerende behandeling als geslaagd. Idealiter is de gemeten absorptie vrijwel nul.

Opmerkingen

  • Bij beoordeling van ongevoegde, niet ingebouwde baksteen kan voor het initiële wateropnemingsgedrag bestookt worden naar de "Initiële Wateropzuiging" of het "Hallergetal".