Cacheerlaag
Een cacheerlaag is de aan isolatieplaat bevestigde toplaag die beschermt tegen vochtindringing en mechanische beschadiging.
Betekenis
Een cacheerlaag (of cachering) is de aan het isolatiemateriaal bevestigde toplaag van een isolatieplaat, bedoeld om die plaat te beschermen. De laag voorkomt vooral vochtindringing bij open-structurele isolatiematerialen zoals glaswol en steenwol, en beperkt daarmee prestatieverlies door natte isolatie; ook biedt zij mechanische bescherming en compatibiliteit met de dakbedekking.
Toepassing
Cacheerlagen worden toegepast waar isolatieplaten beschermd moeten worden.
- Bij isolatieplaten van PUR, PIR, EPS, glaswol en steenwol.
- Op platte daken, vaak in combinatie met een bitumeuze dakbedekking.
- Als zelfklevende bitumeuze laag op spouwafdichtingen (EPDM-stroken) die op het binnenspouwblad worden bevestigd.
- Tijdens fabricage en transport om productiemachines en transportbanden te beschermen tegen vervuiling.
- Als harde toplaag als alternatief voor cachering, bijvoorbeeld om beloopbaarheid te creëren.
Aandachtspunten
- Zorg voor een vochtbestendige cacheerlaag; papieren cacheerlagen trekken krom en worden daarom niet toegepast.
- Controleer de hechtsterkte tussen cacheerlaag en isolatiemateriaal; slechte hechting vermindert de stormvastheid en kan delaminatie veroorzaken.
- Hou rekening met het massagetal van de cacheerlaag, uitgedrukt in gr/m² (bijv. 1000, 2400, 2900 g/m²).
- Bescherming van zachte isolatiematerialen: cacheerlagen op zachte isolaties kunnen beschadigd worden tijdens transport, verwerking en bij belopen.
- Controleer compatibiliteit tussen cacheerlaag, kleefstoffen en dakbedekking; bitumineuze cacheerlagen zijn ongeschikt bij sommige PVC-dakbanen (weekmakers worden uit PVC getrokken).
Materialen en uitvoeringsvormen
- Gebitumineerd glasvlies (met bitumen geïmpregneerd glasvlies).
- Mineraal gecoat glasvlies en PE-gecoat glasvlies.
- Aluminium- en kraft-aluminiumcomplexen.
- Zelfklevende lagen met hoogpolymeer SBS (bv. bij bepaalde EPDM-dakbanen).
- Composieten zoals aluminium/polyethyleen of lagen met polyesterwol.
- Cellulair glas (foamglas) vereist geen cacheerlaag omdat er geen vocht in dringt; EPS daarentegen is zacht, breekbaar en brandgevoelig en heeft meestal een cacheerlaag nodig.
Bevestiging en plaatsing
- Cacheerlagen kunnen direct mechanisch bevestigd, indirect mechanisch bevestigd, gekleefd of gebrand worden.
- Cacheerlagen kunnen losliggend en geballast worden toegepast, of mechanisch bevestigd.
- De bovenzijde van isolatieplaten dient gecacheerd te zijn; naden tussen platen worden waterdicht afgewerkt (bijv. met tape) om indringen van vocht te voorkomen.
Voorbeelden
- Sommige platdakplaten hebben een gebitumineerd glasvlies of een meerlagen aluminiumcomplex als cacheerlaag.
- Er bestaan zelfklevende cacheerlagen op basis van hoogpolymeer SBS voor toepassingsvormen met EPDM-dakbanen.
- Fabrikanten gebruiken uiteenlopende systemen zoals aluminium/polyethyleen-composieten of polyesterwol-gebaseerde lagen voor specifieke platen.