Corrosieklasse

Corrosieklasse geeft de mate van atmosferische corrosiebelasting aan waaraan metalen zoals ijzer en zink worden blootgesteld.

Betekenis

Een corrosieklasse geeft de mate aan waarop metalen (bijv. ijzer, zink, aluminium, koper) beschermd moeten worden tegen atmosferische corrosie en aantasting door verontreinigingen. De indeling weerspiegelt de corrosiebelasting van de omgeving en maakt het mogelijk de corrosiesnelheid te kwantificeren en onderhoudsintervallen te berekenen.

Toepassing

Corrosieklassen worden gebruikt om de vereiste bescherming van metalen en verfsystemen te bepalen.

  • Bepalen van corrosiviteitscategorieën voor coatings en verfsystemen.
  • Indelen van omgevingen bij ontwerp en materiaalkeuze (binnen en buiten).
  • Berekenen wanneer een deklaag zijn minimale waarde bereikt en wanneer eerste onderhoud nodig is.
  • Classificatie en voorbeeldomgevingen aanbieden in normatieve systemen zoals ISO 9223 en ISO 12944.

Aandachtspunten

  • Het begrip betreft atmosferische corrosie; andere materialen zoals beton gebruiken termen als milieuklasse of omgevingsklasse.
  • Corrosiebelasting hangt af van omgevingseigenschappen: luchtvochtigheid, vervuiling (bv. SO2), zoutgehalte, kust- of offshore-locaties en nabijheid van industriële bronnen.
  • Voor metalen zijn in de indeling minimale en maximale corrosiesnelheden bepaald, waarmee onderhoudsplanning mogelijk wordt.
  • De indeling is zowel van toepassing op exterieur als op interieur.

Eisen / regelgeving

  • ISO 9223 behandelt de indeling van atmosferische corrosie en deelt omgevingen in corrosieklassen C1 tot en met C5 in; voor elke klasse zijn minimale en maximale corrosiesnelheden voor ijzer, zink, aluminium en koper vastgesteld.
  • ISO 12944 behandelt de bescherming van staalconstructies met verfsystemen; de klassen uit ISO 9223 zijn in ISO 12944 deel 2 overgenomen en voorzien van voorbeelden van typeomgevingen in een gematigd klimaat.
  • Voor extreem agressieve omgevingen is in ISO 12944 een extra categorie CX opgenomen, gebaseerd op aanvullende eisen uit deel 9 van die norm.

Corrosieklassen (C1–C5, CX)

  • C1 (heel laag): verwarmde gebouwen met droge lucht en schone atmosferen; voorbeelden: kantoren, winkels, scholen, hotels; doorgaans geen corrosiewerende behandeling nodig behalve bij bepaalde constructies.
  • C2 (laag): platteland zonder ernstige vervuiling, atmosfeer met laag vervuilingsniveau en lage vochtigheid; voorbeelden: opslagruimtes, sportzalen, sporthallen; ook onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden.
  • C3 (medium): lichte industriële omgeving met matige vervuiling; stedelijk en industrieel gebied, matige vervuiling door SO2, kustgebieden met laag zoutgehalte; voorbeelden: voedingsindustrie, wasserijen, brouwerijen, zuivelbedrijven; bedrijfsruimten met hoge luchtvochtigheid en enige vervuiling.
  • C4 (hoog): lichte industriële omgeving met vervuiling, niet direct aan de kust; industriegebieden en kustgebieden met matig zoutgehalte; hoge luchtvochtigheid en middelmatige vervuiling; voorbeelden: chemische bedrijven, zwembaden, havens, scheepsdokken, scheepswerven aan de kust.
  • C5 (zeer hoog): industriële omgeving met hoge luchtvochtigheid en agressieve atmosfeer, kust- en offshore-gebieden met hoge zoutconcentraties; voorbeelden: buitengebieden, windmolens op zee, boorplatforms; C5 is vroeger gesplitst in C5-I (Industry) en C5-Ma (Marine).
  • CX (extreem hoog): offshore en zeer agressieve omgevingen met hoog zoutgehalte of industriële gebieden met extreme vochtigheid en agressieve atmosfeer; omvat ook subtropische en tropische atmosferen en zeer agressieve industriële omgevingen.