Cottagestijl
Cottagestijl is een late-19e-eeuwse architectuurstijl voor landhuizen en cottages met schilderachtige vormen en traditionele materialen.
Betekenis
Cottagestijl verwijst naar een pittoreske bouwstijl die kenmerken van plattelandscottages combineert met ontwerp voor beter gesitueerden, waardoor een landelijk, ambachtelijk voorkomen ontstaat. De stijl legt nadruk op eenheid tussen plattegrond en opstanden, het gebruik van plaatselijke natuurlijke materialen en zichtbare, schilderachtige bouwdetails.
Toepassing
De stijl werd toegepast bij landhuizen en grotere boerenwoningen.
- Ontwerp van landhuizen voor beter gesitueerden, met aandacht voor uitstraling en comfort.
- Inbreng van cottage-elementen (erkers, balkons, loggia's) in zowel nieuwbouw als vernieuwde landhuizen.
- Lokale varianten die aangepast zijn aan klimaat en bouwtradities, bijvoorbeeld in Nederland.
Aandachtspunten
- Gebruik natuurlijke materialen uit de omgeving, zoals rieten daken en handvormbaksteen.
- Voorzie ramen met roeden en verdeling in kleine ruiten volgens de stijltraditie.
- Ontwerp erkers en loggia's zodanig dat ze harmoniëren met de plattegrond en ligging.
- Rekening houden met klimaat: platte daken en grote glasoppervlakken werden als onpraktisch beschouwd in het Nederlandse klimaat.
- Let op degelijke technische afwerking en geluidwerende maatregelen zoals nagestreefd door sommige Nederlandse beoefenaars.
Kenmerken
- Eenheid van plattegrond en opstanden, afgestemd op de omgeving.
- Erkers, balkons en loggia's in verschillende maten; erkers kunnen soms twee verdiepingen bestrijken.
- Gebruik van natuurlijke lokale materialen: riet, baksteen (bij voorkeur handvormbaksteen).
- Ramen met roeden (verdeling in kleine ruiten).
- Spectaculaire schoorstenen en een portiek met houtsnijwerk.
- Gevels met leienbekleding en in sommige landen gepotdekselde gevels.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Rieten daken als karakteristiek dakmateriaal.
- Handvormbaksteen voor gevels en detaillering.
- Leien als gevel- of dakbekleding; gepotdekselde gevels komen voor in bepaalde regio's.
- Houtsnijwerk bij portieken en decoratieve elementen.
Ontstaan / geschiedenis
De stijl ontstond in Engeland door het werk van R. Norman Shaw en Eden Nesfield, die cottagekenmerken uit Kent combineerden en toepasten op huizen voor beter gesitueerden; zij waren verbonden aan de Cranbrook-kunstenaarskolonie. In Nederland waren rond 1890–1940 architecten als Tijmen‑Jan Loggers bekend voor landhuizen in deze traditie, met bijzondere aandacht voor technische afwerking, degelijke materialen en geluidwering. Andere Nederlandse architecten gebruikten hoogstens elementen uit de cottagestijl, terwijl rond 1900 ook invloeden van de Art Nouveau (Jugendstil) voorkwamen in sommige landhuizen.