Deconstructivisme het verhaal

Deconstructivisme is een term uit 1988 voor architectuur die gefragmenteerde, disharmonische vormen toont en de illusie van instabiliteit oproept.

Betekenis

Deconstructivisme is een aanduiding voor een groep architecturale ontwerpen die fragmentatie, verwrongen lijnen en disharmonie tonen en daardoor de indruk wekken dat de constructie elk ogenblik kan instorten. De term kreeg vooral bekendheid na de tentoonstelling 'Deconstructivist Architecture' (MoMA, 1988), waarbij werd benadrukt dat het geen nieuwe stijl of beweging is, maar veeleer een verstoring van de droom van zuivere vorm.

Toepassing

De term wordt gebruikt om ontwerpen te karakteriseren die conventionele vormen ontwrichten.

  • Benoemen en analyseren van experimentele architectuurstukken.
  • Beschrijven van werken die spelen met opzettelijke asymmetrie, scheefstand en schijnbare instabiliteit.
  • Kaderen van ontwerppraktijken die teruggrijpen op vroegere stromingen zoals het Constructivisme en die pure vorm ondermijnen.
  • Categoriseren van tentoonstellingsprojecten en ongebouwde concepten naast gerealiseerde gebouwen.

Aandachtspunten

  • Verwacht dat veel deconstructivistische ontwerpen nooit gebouwd worden; veel werken blijven ontwerpstudies.
  • Herkenning aan verwrongen lijnen, willekeurig ogende samenstellingen van vlakken en een esthetiek van instabiliteit.
  • Let op expliciet gebruik van onconventionele materialen en assemblage om een provisorische, zelfgemaakte indruk te wekken.
  • Houd rekening met controversiële ontvangst in de omgeving: sommige projecten roepen weerstand of negatieve reacties op.

Ontstaan en tentoonstelling

In 1988 organiseerde het Museum of Modern Art in New York de tentoonstelling 'Deconstructivist Architecture', samengesteld onder leiding van Philip Johnson en medegegeven door Mark Wigley. De show bracht het werk van zes architecten en één bureau samen en zorgde ervoor dat de term breed bekend werd; bij de ingang werd benadrukt dat zuivere vorm besmet is en leidt tot instabiliteit, disharmonie en conflict.

Belangrijke architecten en voorbeelden

De tentoonstelling omvatte werk van Bernard Tschumi, Frank Gehry, Peter Eisenman, Daniel Libeskind, Rem Koolhaas, Zaha Hadid en het Oostenrijkse bureau Coop Himmel(b)lau. Voorbeelden van gerealiseerde en invloedrijke werken uit de periode en de navolging ervan:

  • Frank O. Gehry: eigen huis in Santa Monica (1978) met aanbouw van golfplaat, ijzergaas en triplex; Spiller Residence (1979); Loyola Law School (1981); California Aerospace Museum (1983); Francis Howard Goldwyn Regional Branch Library (1986); Vitra Design Museum (1986); American Center in Parijs (1988); Walt Disney Concert Hall (1989); Guggenheim Museum Bilbao (1991): het laatste met een sculpturaal metalen dak en gebruik van geavanceerde computerprogramma's.
  • Eerder experiment: Herbe Greene bouwde in 1961 eigenzinnige gebouwen, waaronder zijn huis in Norman, Oklahoma.
  • James Wines / SITE: Notch project (Sacramento, 1977) benaderde deconstructivistische ideeën op een speelse wijze.

Materialen en uitvoeringsvormen

  • Gebruik van ongewone en industriële materialen zoals ijzeren hekken, gegolfd ijzer, multiplex/triplex, golfplaat, afrasteringsgaas, glas en asfalt.
  • Toepassing van materialen die een zelfgemaakte, provisorische en onvoltooide uitstraling geven (bijv. roze asbestplaten in sommige vroege werken van Gehry).
  • In latere, grotere projecten toepassing van geavanceerde computerprogramma's voor complexe vormgeving en sculpturale metalen daken.

Verschil met constructivisme

  • Deconstructivisme grijpt terug op het Constructivisme van de jaren twintig en dertig maar keert het idee van zuivere, functionele vorm om door onstabiele, disharmonische composities te tonen.
  • Waar het Constructivisme gericht was op nieuwe functionele vormen, presenteert deconstructivistische architectuur verstoring en fragmentatie als ontwerpprincipe.