Tracering
Tracering is het maaswerk dat vensters en muuropeningen onderverdeelt en tegelijk decoratieve en dragende functies vervult.
Betekenis
Tracering is de onderverdeling van een raam of muuropening door stijlen, met name het bovenste gedeelte van het harnas; het vormt een vulling in baksteen, natuursteen of soms hout. Traceringen zijn zowel ornamentaal als structureel van aard: vanaf de Gotiek zijn zij noodzakelijk om grotere glas-in-loodpanelen te omvatten en de raampartijen tegen wind te ondersteunen. Maaswerk is de algemene benaming voor het opengewerkte deel van vensters, borstweringen, torenspitsen en vergelijkbare elementen.
Toepassing
Traceringen komen voor in gotische en neogotische bouwdelen.
- In koppen van vensters en rozetten
- In nissen en muurvlakken als versiering of blind maaswerk
- In borstweringen en torenspitsen als open maaswerk
- Als omlijsting voor glas-in-lood in grote raampartijen
Aandachtspunten
- Open traceringen worden meestal voorzien van glas, vaak glas-in-lood.
- Gesloten traceringen (blindtraceringen) zijn gevuld met hetzelfde materiaal als het omliggende muurvlak.
- Montanten verdelen en structureren de tracering.
- Traceringen zijn vaak geometrisch geconstrueerd met behulp van een passer.
- Zonder traceringen zouden grote raampartijen te gevoelig zijn voor windbelasting.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Vulling in baksteen, natuursteen of hout.
- Open tracering: maaswerk dat openblijft en doorgaans beglaasd wordt.
- Gesloten tracering / blind maaswerk: ingevuld met bouwmateriaal en niet beglaasd.
Onderdelen
- Stijlen: verticale elementen die de indeling maken.
- Montanten: onderdelen die de tracering verdelen.
- Harnas (bovenste gedeelte): onderdeel waar tracering vaak aanwezig is.
- Draagkorfje: decoratief element onder een console, soms één geheel met een draagsteen.
Typen en motieven
Veel traceringen zijn met de passer geconstrueerde geometrische ornamenten; veelvoorkomende motieven zijn:
- Cirkel, rozet, klaverblad, driepas, vierpas, drieblad, driesnuit, viersnuit
- Visblaas, hart (visblaas in hartvorm), druppel (visblaas zonder toten)
- Vorktracering (twee- of meertandige vork), gaffeltracering, flamboyanttracering
Termen, etymologie en vertalingen
- De term tracering is afgeleid van het Franse tracer (Oudfr. tracier), via laatlatijn tractiare van trahere.
- Engels: tracery; Frans: remplage of tracerie; Duits: Maßwerk.
- Blind maaswerk wordt ook aangeduid als blindtracering (blind tracery).
Zie ook: vorktracering, touwtracering, guilloche, roosvenster, blind-maaswerk.