Dekzand
Dekzand is windverplaatst zand uit het Weichselien, meestal met een korrelgrootte van 150–210 µm.
Betekenis
Dekzand is het stuifzand dat tijdens de Weichselien-ijstijd over grote delen van het land werd afgezet; het ontstond doordat wind los zand uit bijvoorbeeld rivierbeddingen verspreidde. Dekzand vormt een deken van meestal enkele decimeters tot enkele meters dikte en kan variëren van vlak terrein tot langgerekte duinen of gordels, waarbij een dergelijke duin een dekzandrug wordt genoemd.
Toepassing
Dekzand komt voor in landschappelijke en geologische beschrijvingen en in terreinindelingen.
- Bedekt grote delen van het landschap sinds het Weichselien.
- Vormt vlakke of licht golvende terreinen.
- Treedt op als langgerekte duinen of gordels (dekzandruggen).
- Komt vaak voor onder jongere afzettingen of vegetatie zoals heide.
Aandachtspunten
- Korrelgrootte: 150–210 µm.
- Dikte: van enkele decimeters tot enkele meters.
- Leeftijdsindeling: onderscheid tussen jong dekzand (afgezet aan het einde van het Weichselien) en oud dekzand (afgezet in een kouder deel van die ijstijd).
- Menselijke invloed: veel huidige stuifzandgebieden zijn mede ontstaan door menselijke ingrepen, bijvoorbeeld de verwijdering van heide rond de 13e eeuw.
Ontstaan
Dekzand is eolisch van oorsprong: wind heeft tijdens de Weichselien zand uit open gebieden en rivierbeddingen aangevoerd en neergelegd in perioden met schaarse begroeiing.
Jong en oud dekzand
- Jong dekzand: afzettingen die aan het einde van het Weichselien zijn neergelegd.
- Oud dekzand: afzettingen uit een kouder deel van dezelfde ijstijd.
Relatie met andere grondsoorten en landschapselementen
- Dekzand is op veel plekken later overdekt geraakt door andere grondsoorten, zoals klei en veen.
- Op veel locaties raakte het stuifzand overgroeid, bijvoorbeeld door heide.
- Kleine rimpelingen en reliëfverschillen van dekzand vallen onder landschapselementen; een langgerekte duin wordt een dekzandrug genoemd.