Equipotentiale verbinding

Een equipotentiale verbinding verbindt geleidende delen om potentiaalverschillen te beperken en elektrocutiegevaar te verminderen.

Betekenis

Een equipotentiale verbinding is een elektrische verbinding tussen geleidende delen die gevaarlijke potentiaalverschillen kunnen veroorzaken. Ze zorgt ervoor dat vreemde geleidende delen (bijvoorbeeld gas-, water- of verwarmingsleidingen) en onderdelen van de installatie een gelijke potentiaal krijgen, zodat het risico op elektrocutie en aanraakspanningen afneemt.

Toepassing

Equipotentiale verbindingen worden toegepast voor:

  • Verbinden van vreemde geleidende delen zoals gas-, water- en centrale verwarmingsleidingen met de aardinstallatie.
  • Realiseren van hoofdequipotentiale en bijkomende equipotentiale verbindingen in de installatie.
  • Aanvullen van aardingsaansluitingen, differentieelstroominrichtingen of beschermingsgeleiders wanneer deze niet voldoende zijn om elektrocutiegevaar uit te sluiten.
  • Aansluiten op de hoofdaardingsklem en overige aardingscomponenten binnen de installatie.

Aandachtspunten

  • Gebruik de voorgeschreven minimale doorsneden voor de verschillende typen verbindingen (zie Eisen / regelgeving).
  • Bijkomende equipotentiale verbindingen kunnen met kleineredraden worden uitgevoerd indien mechanisch beschermd; onbeschermd vereist een grotere doorsnede.
  • De beschermingsgeleider moet in de gehele installatie beschikbaar zijn aan alle gebruikstoestellen, uitgezonderd toestellen op zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS).
  • Aansluitingen op de aardingslus of andere aardgeleiders moeten bereikbaar blijven en correct worden uitgevoerd.

Eisen / regelgeving

  • Minimale doorsnedes (geleider geel-groen):

    • Aardgeleider: 16 mm²
    • Hoofdbeschermingsgeleider: 6 mm²
    • Hoofdequipotentiale verbindingen: 6 mm²
    • Bijkomende equipotentiale verbindingen: 4 mm² (mechanisch beschermd: 2,5 mm²)
    • Beschermingsgeleider stopcontacten: 2,5 mm²
    • Beschermingsgeleider verlichting: 1,5 mm²
  • Aardingslus (voor nieuwbouw):

    • Aan te brengen op de bodem van de funderingssleuf indien deze op minstens 60 cm diepte ligt.
    • Uit te voeren als een volle geleider uit blank of verlood koper, of uit 7 samengeslagen draden van half soepel koper.
    • Rondvormige doorsnede van 35 mm² en zonder las.
    • De uiteinden van de aardingslus of van draadstukken moeten altijd bereikbaar blijven.

Typen equipotentiale verbindingen

  • Hoofdequipotentiale verbinding: verbinding met een grotere minimale doorsnede (6 mm²) bedoeld als hoofdverbindingspunt tussen aardinstallatie en vreemde geleidende delen.
  • Bijkomende equipotentiale verbinding: aanvullende verbindingen met lagere minimale doorsnede (4 mm²), of 2,5 mm² wanneer mechanisch beschermd.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Aardingslus: volle geleider van blank of verlood koper, of 7-draads half soepel koper, rond 35 mm², zonder las.
  • Equipotentiale geleiders: uitvoering in geleider geel-groen met de in de voorschriften voorgeschreven minimale doorsnede; mechanische bescherming kan de vereiste doorsnede verlagen voor bijkomende verbindingen.