Fundering

De fundering is de draagconstructie waarop een gebouw wordt geplaatst, meestal onder het maaiveld gelegen.

Betekenis

Een fundering vormt de draagconstructie waarop een gebouw rust en verzorgt de overdracht van lasten naar de grond; ze ligt meestal onder het maaiveld. De fundering moet voldoende sterkte, stabiliteit en weerstand tegen omgevingsinvloeden hebben om zakken, buigen, scheuren of aantasting te voorkomen.

Toepassing

De fundering wordt toegepast als basis van elk gebouw; de gekozen uitvoeringsvorm hangt af van de draagkrachtige grondlaag en belasting.

  • Gebruik fundering op staal wanneer de vaste grondslag relatief ondiep ligt (bijvoorbeeld circa 80–100 cm).
  • Gebruik paalfundering bij diepe draagkrachtlagen of bij moeras-, klei-, veen- of aangevulde grond.
  • Gebruik poeren bij geconcentreerde puntlasten in combinatie met balken.
  • Gebruik plaatfundering als één dikke plaat op draagkrachtige grond gewenst is.
  • Gebruik puttenfundering bij beperkte graafbehoefte en draagkracht op enkele diepte.
  • Gebruik grondschroeven bij lage belasting.
  • Slieten of compactiepaaltjes werden vroeger toegepast in klei- of veengrond.

Aandachtspunten

  • Eisen: funderingen moeten sterk, stevig, stabiel, stijf en bestand tegen omgevingsinvloeden zoals grondwater, zout water, droogte, vorst, hitte, schimmels, insecten en mogelijk chemicaliën.
  • Materiaalkeuze: gewapend beton voldoet in de meeste gevallen aan deze eisen.
  • Voorbereiding grond: slechte bovengrond moet worden verwijderd en eventueel vervangen door een zandkoffer; grondverbetering kan door verdichting of groutinjectie plaatsvinden.
  • Paalfundering: betonpalen worden meestal geschroefd, geheid of geboord en vormen een degelijke maar relatief dure oplossing; houten palen komen met betonnen oplanger voor.
  • Puttenfundering: draagkrachtige laag mag niet te diep liggen (ongeveer 3–8 m onder maaiveld); bij hoge waterstand is bronbemaling nodig om de waterstand onder het aanzetpunt te brengen.
  • Houten palen: de grondwaterstand is een bepalende factor bij het toepassen van houten palen.

Typen / uitvoeringen

  • Fundering op staal (ondiepe funderingen):
    • Stroken- of sleuffundering: gewapend beton in verbrede stroken onder dragende muren; brede muren vereisen bredere stroken.
    • Plaatfundering: één dikke gewapende betonplaat op draagkrachtige grond.
    • Poeren (binnen de op staal-mogelijkheden): gewapende betonnen blokken met balken die puntlasten opnemen.
  • Paalfundering:
    • Betonpaal, stalenbuispaal of houten paal met betonnen oplanger; paalplaatsen leiden de lasten naar diepere draagkrachtige lagen.
    • Varianten: paalfundering met geschroefde, geheid of geboord aangebrachte palen; sommige oudere gebouwen hebben paalfundering zonder oplanger.
  • Poerenfundering:
    • Grotere gewapende betonnen blokken (poeren) met balken die muurlasten concentreren naar de poeren.
  • Puttenfundering:
    • Funderingsputten met betonnen ringen die worden gevuld en gewapend; bovenop komen gewapende betonnen balken om muurbelasting door te geven.
    • Voordeel: relatief weinig graafwerk en beperkte grondverdichting, gunstig voor belendende funderingen.
  • Andere oplossingen:
    • Algemene funderingsplaat, compenserende fundering, grondschroeven voor lage belasting en slieten/compactiepaaltjes (historisch gebruik).

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Gewapend beton is de meest voorkomende en veelzijdige materiaalkeuze voor funderingen.
  • Palen kunnen uit beton, hout of staal bestaan; houten palen worden in combinatie met betonoplangers toegepast.
  • Grondverbeteringstechnieken zoals verdichting en groutinjectie worden toegepast wanneer de draagkracht van de bovenliggende grond onvoldoende is.