Hanggewelf

Een hanggewelf is een schijnbaar zwevend gewelf waarvan de ribben rusten op een korf die als gewelfsleutel fungeert.

Betekenis

Een hanggewelf is een gewelf dat door de plaatsing van ribben de indruk wekt te zweven; de ribben dragen op een korf die als gewelfsleutel (ook: druiper of doorhangende sluitsteen) geldt. De vorm creëert een zogenaamde hang-kegel waarin de krachten via de ribben worden gebundeld en doorgaans via een sterkere rib naar de gevel worden doorgegeven.

Toepassing

Het hanggewelf komt vooral voor in de late Gotiek, met name in de Engelse Perpendicular Style.

  • Wordt vaak toegepast in combinatie met een waaiergewelf.
  • Dient voornamelijk een decoratieve functie.
  • Kan in bepaalde situaties een constructieve toevoeging vormen bij bredere beuken en gewelven.
  • Voorkomende voorbeelden: koor van Christ Church Cathedral (Oxford), orgelbalkon St. Laurenskerk (Alkmaar), Église Saint-Pierre (Caen), stadhuis Brugge, Keio Plaza Hotel (Sapporo).

Aandachtspunten

  • Onderscheid vaststellen tussen decoratieve en dragende uitvoering bij restauratie of renovatie.
  • Rekening houden met de krachtbundeling in de hang-kegel en de overdracht via de primaire rib naar de gevel.
  • Samenhang met aangrenzende gewelftypen (zoals waaiergewelf) beïnvloedt zowel esthetiek als structurele opbouw.

Onderdelen

  • Korf: het steunpunt waar de ribben op rusten; te beschouwen als gewelfsleutel (druiper, doorhangende sluitsteen).
  • Hang-kegel: de conische zone waarin de krachten van de ribben worden gebundeld.
  • Forse rib: de doorgaans sterkere rib die de gebundelde krachten naar de gevel voert.

Verschil met vergelijkbare begrippen

  • Wordt in literatuur en beschrijvingen vaak vergeleken met de hamerbalk-kap en de hangmakelaar, waarbij het hanggewelf een gewelfvorm is en de andere termen naar verschillende constructieve oplossingen of elementen verwijzen.