I-ligger hout
Een houten I-ligger is een samengestelde houten draagbalk met een dun lijf en dikke boven- en onderflenzen.
Betekenis
Een houten I-ligger is een houtachtige draagbalk met een dun lijf en dikke flenzen aan boven- en onderkant; het lijf is in groeven van de flenzen ingeklemd en gelijmd. De constructie levert een stijve en lichtgewicht balk met hoge draagkracht, vaak toegepast in houten constructies en bekend ook als I-balk, I-joist of H20-drager.
Toepassing
De I-ligger wordt gebruikt als constructieve balk in verschillende onderdelen van houtbouw:
- Ondersteuning voor vloeren
- Stijlen in muren en wanden
- Ondersteuning voor platte en hellende daken
- Optoppingen
Aandachtspunten
- Brandgevoeligheid: hout brandt ongeveer 1 mm per minuut; door de geringe afmetingen van het lijf ontstaat nauwelijks een beschermende koolstoflaag en kan de ligger bij brand sneller bezwijken dan massief hout.
- Oplegregels: de onderflens mag niet gebruikt worden als oplegging voor een andere balk of vergelijkbare belasting.
- Montage: scheefstand tijdens montage vermijden.
- Esthetiek: I-liggers worden doorgaans niet in het zicht gelaten.
- Klimaatklasse: toepasbaar in klimaatklasse 1 en 2.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Lijf (kern): OSB/3, LSL (Laminated Strand Lumber), fiberboard (houtvezelplaat) of multiplex; ook aangeduid als lijfplaat, kern of ziel.
- Flenzen: LVL (Laminated Veneer Lumber, ook glulam genoemd) of massief zachthout; bij gebruik van massief hout wordt een vingerlas toegepast zodat de flens niet onderbroken is.
- Glulam versus CLT: glulam lijkt op CLT maar de lagen bij glulam liggen in dezelfde richting.
Voordelen (kernmerken)
- Hoge sterkte en draagkracht met beperkte afmetingen.
- Mogelijkheid voor grote overspanningen (tot circa 14 m).
- Minder houtgebruik dan gelijkwaardige massief houten balken (vaak 40–50% minder).
- Lichter gewicht dan massief hout (handhaverbaar): typisch 3–6 kg/m voor hoogtes tussen 200–400 mm.
- Betere vormvastheid en minder werking dan massief hout.
- Gemakkelijke verwerking en bevestiging met nagels, schroeven en balkdragers.
- Eenvoudige doorvoer van leidingen dankzij mogelijk grote uitsparingen in het lijf.
Afmetingen / doorsneden
- Totale hoogte: veel voorkomende hoogtes 160–400 mm (hoger komt ook voor; hoogte wordt vaak "breedte" genoemd).
- Lengte: meestal tot circa 8 m, soms tot maximaal 14 m.
- Dikte flenzen: vaak 45–90 mm (dikker komt ook voor).
- Dikte lijf: voorbeelden 8 mm (Steico), 9 mm (James Jones) of 10 mm (Metsäwood); Steico heeft ook uitvoeringen met een lijf van 6 mm voor wandconstructies.
Verstijving en steunblok
Verstijving van het lijf
- Materiaal: OSB3, multiplex of massief hout.
- Afmetingen: minimum 100 mm breed en 5–10 mm minder hoog dan de ziel van de I-ligger.
- Dikte: 18 / 25 / 40 mm, afhankelijk van de breedte van de flens.
- Plaatsing: aansluitend op de onderste flens, behalve bij puntlasten waar de verstijving tegen de bovenste flens wordt bevestigd.
- Bevestiging: omgeslagen nagels of schroeven in een driehoekig patroon; tot hoogte 300 mm vier stuks (2 per zijde), bij hoogtes boven 300 mm zes stuks (3 per zijde).
Steunblok (backer block) voor hangers
- Materiaal: OSB3, multiplex of massief hout.
- Afmetingen: minimum 250 mm breed en 5 mm minder hoog dan de ziel van de I-ligger; dikte afhankelijk van de breedte van de flens.
- Plaatsing: aansluitend op de bovenste flens bij hangers met bovenlip; aansluitend op de onderste flens indien hangers zonder bovenlip worden gebruikt; bij bevestiging aan beide zijden van de drager aan beide zijden plaatsen.