Isolatie
Afzondering van warmte, koude, geluid of trillingen in een bouwconstructie.
Betekenis
Isolatie is elke vorm van afzondering; in de bouw vooral van warmte of koude, en van geluid en andere trillingen. Isolatie behoort tot de basiselementen van een energiezuinige woning. Thermische isolatiematerialen hebben niet automatisch ook goede geluidsisolerende eigenschappen.
Toepassing
Isolatie wordt toegepast in daken, gevels, vloeren en bij na-isolatie van bestaande bouw.
- Thermische isolatie beperkt warmteverlies of oververhitting.
- Akoestische isolatie beperkt geluidsoverdracht tussen ruimtes of van buiten.
- Bodemisolatie isoleert de vloer boven of in de kruipruimte.
- Bij daken en gevels van bestaande gebouwen spreekt men vaak van na-isolatie.
Aandachtspunten
- Isolatie werkt pas goed bij zorgvuldige detaillering; een kier tussen platen of dekens verlaagt het energievoordeel en kan condensatie in de constructie geven.
- Een dampdicht dampscherm hoort aan de warme zijde van het isolatiepakket, anders kan condensatie in het isolatiemateriaal optreden.
- Voorbeeldopbouw bij een dak (van buiten naar binnen): dakpannen, panlatten, dakbeschot, dampdoorlatende laag, isolatie, dampdichte laag (dampscherm).
Materialen / uitvoeringsvormen
Gangbare groepen isolatiematerialen:
- Minerale isolatie: glaswol, steenwol, cellulair glas, vermiculiet, perliet, multipor.
- Kunstschuimen: XPS, EPS, PUR, PIR, spuitschuim, resol hardschuim, aerogel.
- Isolatiefolie, bijvoorbeeld noppenfolie.
- Natuurlijke (biobased, vaak dampopen) materialen: cellulose, kurk, wol, houtvezel, textiel, hennepblok, stro.
- Samengestelde panelen, bijvoorbeeld beton met XPS, stalen sandwichpaneel met PUR, of gipsplaat met isolatie.
Gerelateerde begrippen
Voor geluidsisolatie, bodemisolatie, na-isolatie, R-waarde, blower-door-test (luchtdichtheid) en thermografie bestaan aparte termen.