Korrelgrootte
De korrelgrootte is de diameter van de kenmerkende deeltjes in grond- en bouwmaterialen.
Betekenis
Korrelgrootte is de diameter van de kenmerkende deeltjes (partikels) van een materiaal. De maat van de deeltjes beïnvloedt eigenschappen zoals porositeit; kleinere deeltjes leiden doorgaans tot kleinere poriën, afhankelijk van vorm en pakking. Millimeterwaarden kunnen ook in micrometer (µm) worden gegeven (0,001 mm = 1 µm).
Toepassing
De korrelgrootte speelt een rol in diverse bouwkundige en geotechnische toepassingen.
- Bepalen van de grondsoort bij grondonderzoek.
- Classificeren van bodemlagen en vulmaterialen.
- Kiezen van toeslagmateriaal bij de vervaardiging van beton (bepalend voor D of Dmax).
- Beïnvloeden van verwerkbaarheid en porositeit van mengsels.
Aandachtspunten
- Gebruik korrelgrootte-indelingen bij het interpreteren van bodem- en materiaalonderzoek.
- Houd rekening met korrelverdeling; een discontinue korrelverdeling duidt op het ontbreken van één of meer fracties in het toeslagmateriaal.
- Kies de grootste korrelafmeting in beton passend bij de wapeningdichtheid en gewenste verwerkbaarheid.
- Volg de gebruikelijke maxima voor korrelafmeting in beton ten opzichte van afstanden en vrije ruimten (zie sectie Korrelgrootte in beton).
- Bij bronnen kunnen korrelgrenzen iets overlappen, bijvoorbeeld tussen stenen en keien (ongeveer 150–210 mm).
Afmetingen / doorsneden
Algemene indeling van grondsoorten naar korrelgrootte:
- < 0,002 mm: klei (lutum)
-
= 0,002 tot 0,063 mm: silt, löss, zavel (silt wordt in België ook leem genoemd)
-
= 0,063 tot 2 mm: zand
-
= 2 tot 63 mm: grind
-
= 63 tot 200 mm: stenen
-
= 200 tot 630 mm: keien
-
630 mm: blokken
Extra opmerkingen:
- Zand wordt soms in µm aangegeven; zand begint dan bij 63 µm.
- Differentiatie binnen zand: fijn zand heeft een gemiddelde korrelgrootte tot circa 0,2 mm; grof zand circa 0,5 tot 2 mm.
Korrelgrootte in beton
Bij betonspecie geldt dat de keuze voor de grootste korrelafmeting (D of Dmax) mede wordt bepaald door de dichtheid van de wapening en de gewenste verwerkbaarheid. Veelgebruikte korrelgroepen en hun nominale grootste korrelafmeting:
- 4–8 mm → Dmax 8 mm
- 4–16 mm → Dmax 16 mm
- 4–32 mm → Dmax 32 mm
Gebruikelijke bepalingen voor de maximale korrelafmeting in beton:
- maximaal 1/5 van de kleinste afstand tussen de bekistingswanden;
- maximaal 3/4 van de kleinste tussenruimte tussen de wapeningsstaven, behalve bij overlappingslassen; in dat geval geldt 3/2 van de kleinste tussenruimte;
- maximaal de vrije ruimte tussen evenwijdige spankanalen of VZA-kabels;
- maximaal 1/4 van de vrije ruimte tussen langsstaven bij in de grond gevormde palen;
- maximaal 3/2 van de vrije ruimte tussen evenwijdige bundels spanelementen en/of niet in bundels ondergebrachte evenwijdige spanelementen in het verankeringsgebied;
- maximaal 2/5 van de vloerdikte/druklaagdikte bij in het werk gestorte vloeren.
Bepalend is de nominaal grootste korrelafmeting van de grofste fractie (Dmax) in het beton.
Korrelverdeling
Korrelverdeling beschrijft de mate waarin verschillende korrelgroottes (fracties) in een mengsel voorkomen. Een discontinue korrelverdeling betekent dat één of meer fracties ontbreken. Bij het opgeven van een korrelgroep worden de ondermaat (kleinste korrelafmeting, d) en bovenmaat (grootste korrelafmeting, D) vastgelegd.
Herkomst van het woord
Het woorddeel "korrel" is een verkleinwoord afgeleid van het Protogermaanse kurna (graankorrel) en ontwikkelde zich in het Vroegnieuwnederlands; het achtervoegsel -el is als verkleiningsvorm niet productief meer, waardoor ook vormen als korreltje ontstonden.
Zie ook: beton, textuur, korrelverdeling.