Mineraal
Een mineraal is een natuurlijk voorkomende zuivere stof met een constante kristalstructuur.
Betekenis
Een mineraal is een stof die in zuivere vorm in de vrije natuur voorkomt en een vaste, karakteristieke opbouw heeft: hetzelfde kristalrooster. Wanneer een mineraal groeit ontstaan kristallen waarvan in elk exemplaar de rangschikking van atomen, ionen of andere bouwstenen identiek is.
Toepassing
Mineralen komen in de natuur en in materialen voor en worden gebruikt of voorkomen onder meer als:
- Elementen in zuivere vorm, bijvoorbeeld koper.
- Bestanddeel van kleurstoffen en zand.
- Componenten in bouw- en afwerkingsmaterialen zoals bitumen, minerale wol, keim, solid surface en vezelcementlei.
- Vorming van fossielen door gemineraliseerd organisme.
Aandachtspunten
- Toekenning van een mineraalnaam vereist dat de chemische verbinding in de natuur gevormd is en altijd dezelfde opbouw heeft.
- Kristalvormen geven rechtstreeks informatie over de interne rangschikking van de bouwstenen van het mineraal.
- De meeste mineralen bevatten geen koolstofverbindingen en zijn daarom niet afkomstig van levende materie.
- Een fossiel is geen levend materiaal meer: het organische weefsel is bij mineralisering vervangen door mineralen.
Soorten mineralen
Veelvoorkomende groepen en voorbeelden:
- Elementen: koper.
- Sulfiden: pyriet.
- Zuurstofverbindingen: kwarts (SiO2).
- Carbonaten: calciet.
- Halogeniden: keukenzout.
- Sulfaten en wolframaten: gips.
- Silicaten: granaat.
- Organische mineralen: steenkool.
Minerale bronnen en documentatie
- Grote fotodatabanken documenteren vormen en kleurvariatie van mineralen; dergelijke verzamelingen tonen de diversiteit aan kristalvormen en vindplaatsen.
Etymologie
Het woord mineraal is ontleend via het Frans minéral aan het middeleeuws Latijnse minerale (“dat wat is opgedolven in een mijn”), met wortels in het Oudfranse miniere (“ertsgroeve, metaalmijn”).