Molersteen
Een molersteen is een poreuze isolatiesteen, vervaardigd door het bakken van klei met fijne poreuze kiezelpantsertjes en geleverd ongeperforeerd of geperforeerd.
Betekenis
Een molersteen is een poreuze baksteen die zijn porositeit verkrijgt door het bakken van een mengsel van klei en fijne kiezelpantsertjes (kiezelgoer). De steen heeft een oranjerode tot gele kleur met witte puntjes en wordt zowel in ongeperforeerde als geperforeerde uitvoering geproduceerd.
Toepassing
Molersteen wordt gebruikt als isolatiesteen in bouwkundige toepassingen.
- Historisch toegepast in Nederland voor scheidingswanden.
- Ingezet als importproduct voor de bouw van bauxietovens.
- Gebruikt waar een lichte, goed spijkerbare isolatiesteen gewenst is.
Aandachtspunten
- Volumieke massa van ongeperforeerde molersteen is ca. 800–900 kg/m3; dat is bijna de helft lichter dan veel andere isolatiestenen (~1300 kg/m3).
- De steen is goed spijkerbaar.
- Verkrijgbaar in ongeperforeerde en geperforeerde uitvoering.
- Highpormolersteen is uitzonderlijk poreus en kon worden gezaagd, geschaafd en met een houtboor van gaten voorzien.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Grondstoffen: mengsel van klei en fijne poreuze kiezelpantsertjes (kiezelgoer).
- Kleur en uitstraling: oranjerood tot geel met witte puntjes.
- Speciale uitvoering: Highpormolersteen, waarbij tijdens het vormen zaagsel en kurk werden toegevoegd; bij het bakken brandde dit weg en ontstond een zeer poreuze steen (porositeit ca. 66%).
- Soortelijk gewicht Highpormolersteen: circa 0,3–0,4 (zoals gerapporteerd).
- Formaat voorbeeld (Highpormolersteen): 24 × 12 × 3 cm.
Geschiedenis / herkomst
- Begin 20e eeuw (1902–1903) werden experimenten uitgevoerd in het Fysisch Laboratorium van Denemarken met kiezelgoer en circa 10% roodbakkende klei, wat leidde tot een rood-roze steen met witte puntjes.
- Productie startte in 1916 in het Skarrehage Molervaerk te Skaggehage op het eiland Mors (Denemarken).
- In de jaren 1960 werden Deense molerstenen per m.s. Prudentia ingevoerd en in Amsterdam (Kostverlorenkade) gelost; handlossing bij A.C. van der Hoek Bouwmaterialen is gerapporteerd.
- Rond 1977 werd de productie geconcentreerd in de fabriek op Fur; in Skarrehage richtte men zich vervolgens op de productie van absorberende granulaten.
- Latere fabricage vond onder meer plaats in Stettin (het huidige Szczecin, Polen); deze molerstenen vormden voorlopers van fimonstenen en porisostenen.