Molen

Een molen is een gebouw of apparaat met een draaiende as die beweging omzet om te malen, persen, pompen, zagen of energie op te wekken.

Betekenis

Een molen is een gebouw of een apparaat met een as die een draaiende beweging maakt en daarmee rechtstreeks of indirect werkzaamheden verricht, zoals malen, persen, pompen, zagen of het opwekken van elektrische energie. Daardoor kunnen grondstoffen verkleind of gescheiden worden, water worden verplaatst of mechanische of elektrische energie worden geleverd.

Toepassing

Molens komen voor als gebouwen en als apparaten voor uiteenlopende functies.

  • Malen van graan: korenmolen (graanmolen).
  • Persen en industrieel bewerken: oliemolen, verfmolen, zaagmolen, papermolen.
  • Bemaling en waterbeheer: poldermolen, boezemmolen, watermolen.
  • Opwekken van energie: windmolen en watermolen voor elektriciteit.
  • Kleine bemalingswindmolentjes: tjaskermolen en bosmanmolen.
  • Industriële en huishoudelijke apparaten: koffiemolen, betonmolen, karnmolen, pelletmolen, tonmolen, emmerbaggermolen, trasmolen.

Aandachtspunten

  • Indeling: molens worden ingedeeld naar functie, aandrijving en gebouwtype.
  • Kruien: wieken kunnen "op de wind gezet" worden (kruien) om meer wind te vangen; wieken kunnen tevens met zeilen worden voorzien.
  • Typenbouw: sommige molentypen laten het hele molenhuis of alleen de kap draaien; bij paltrokmolen draait de gehele molen in zijn geheel.
  • Molengang: bij bemaling werken molens samen in een molengang; het aantal molens hangt af van de hoogte die het water moet overbruggen (meestal tweegangen, driegangen of viergangen).

Typen en uitvoeringen

Molens zijn te classificeren naar functie, aandrijving en gebouwtype.

  • Naar functie: korenmolen, poldermolen/boezemmolen, industriemolen (olie-, verf-, zaag-, papermolen), windmolen (windenergie).
  • Naar aandrijving: wieken (wind), raderen (water), spierkracht van dieren (rosmolen, tredmolen).
  • Naar gebouwtype: beltmolen, binnenkruier, buitenkruier, bovenkruier, paltrokmolen, standerdmolen, stellingmolen, wipmolen, watermolen.
  • Gemengde typen: voorbeelden zijn wipwatermolen (gebouwtype én functie gecombineerd).

Kruien en windvang

  • Kruien: het op de wind zetten van de wieken verhoogt de windvang; bij traditionele molens gebeurt dit handmatig of met krui-inrichtingen.
  • Zeilen: wieken kunnen met zeilen worden voorzien om de oppervlakte en dus de krachtoverbrenging te vergroten.
  • Verschillen in kruitype: binnenkruier (krui-inrichting in de kap), buitenkruier/grondzeiler (kruien vanaf de grond met staartconstructie), stellingmolen (gekruid vanaf een stelling boven de grond).

Molengang

Een molengang is een samenstel van molens die samenwerken om een polder droog te malen of droog te houden. Daarbij kan de eerste molen het water opstuwen naar de volgende molen; het aantal schakels in de gang hangt af van de hoogte die overwonnen moet worden. Meestal bestaan molengangen uit twee, drie of vier molens.

Apparaatvormen (niet-gebouw)

De term molen omvat ook apparaten die door draaien iets pletten, mengen of scheiden.

  • Voorbeelden: koffiemolen (bonen tot gruis), betonmolen (mengen van cement, zand, water), karnmolen (scheiden van melk in boter e.d.), pelletmolen, tonmolen (schroefvijzel), emmerbaggermolen, trasmolen (van tufsteen tot tras).