Natuursteenbewerkingen

Natuursteenbewerkingen zijn technieken om het oppervlak en de uitstraling van natuursteen te wijzigen of af te werken.

Betekenis

Natuursteenbewerkingen omvatten diverse handmatige en machinale technieken om het oppervlak van gezaagde of natuurlijke platen natuursteen te wijzigen en daarmee de textuur, glans en het uiterlijk te bepalen. De keuze van bewerking beïnvloedt de levendigheid en uitstraling van de steen en hangt af van steensoort, locatie op de steen en het beoogde gebruik.

Toepassing

Natuursteenbewerkingen worden toegepast om een gezaagd oppervlak als eindoppervlak te gebruiken of om het oppervlak gladder of ruwer te maken.

  • Afwerken van zichtvlakken en randen na het zagen
  • Aanpassen van textuur en glans (bijv. schuren, zoeten, polijsten)
  • Toepassen van natuurlijke splijtoppervlakken (bij leisteen en kwartsiet)
  • Voorbewerken van elementen met machinale technieken vóór handmatige afwerking

Aandachtspunten

  • Controleren of reinigen en niet vervangen van de steen volstaat; zie bijbehorende term voor onderhoudsmaatregelen.
  • Houd rekening met steensoort en locatie op de steen (platte vlak, rand) bij de keuze van de bewerking.
  • Foto’s, zeker op internet, geven vaak onvoldoende weergave van de uitstraling en levendigheid van natuursteen.
  • Machinale vervaardiging versnelt het werk en vermindert fysieke inspanning en vaak ook fouten, maar kan het levendige karakter verminderen.
  • Bij restauraties verdient het de voorkeur machinale middelen te beperken tot voorbewerking en details handmatig af te werken.

Typen bewerkingen

Veelvoorkomende bewerkingen en afwerkingen zijn onder meer:

  • Afslaan
  • Bikken
  • Boucharderen
  • Branden
  • Ciseleren
  • Frijnen
  • Gradineren
  • Gradin-verticale
  • Hakken
  • Hameren
  • IJsbloemen
  • Joppen
  • Kalibreren
  • Kathedraalslag
  • Klieven / Kloven
  • Oud maken
  • Polijsten
  • Prikken
  • Punten
  • Randafwerking
  • Scharreren
  • Schuren
  • Sclyperen
  • Slijpen
  • Spitsen
  • Stralen
  • Taille d'Anvers
  • Visgraatslag
  • Vlammen
  • Zagen
  • Zoeten

Fijnheid van bewerking

Natuursteenbewerkingen zijn in niveaus naar fijnheid te onderscheiden, met voorbeelden:

  • Gladde afwerking: gezaagd, gebikt, ruw gebouchardeerd, geschuurd, geslepen, fijn gefrijnd, fijn gepunt, fijn geciseleerd, getailleerd, fijn gescharreerd, fijn gsclypeerd, fijn gegradineerd
  • Ruwe afwerking: ruw gefrijnd, ruw gepunt, ruw geciseleerd, ruw gescharreerd, ruw gsclypeerd, ruw gegradineerd
  • Tussen- en speciale afwerkingen: licht gezoet, donker gezoet, geprikt, gevlamd (éclaté), gestraald, gepolijst, oud gemaakt, gekloofd, gebouchardeerd (fijn), frijnslag en oude frijnslag

Machines en hulpmiddelen

Moderne technieken en gereedschappen die bij natuursteenbewerkingen worden gebruikt:

  • Digitale tekenprogramma’s voor ontwerp en uitvoering
  • Computer‑gestuurde freesmachines en zaagmachines (CNC)
  • Luchthamer met insteekbeitels als vervanging van losse hamer en beitel

Voordelen en nadelen:

  • Voordelen: sneller werk, lagere kosten en doorlooptijd, minder fysieke belasting, mogelijk lagere foutkans
  • Nadeel: machinale vervaardiging kan het eindresultaat minder levendig maken; combinatie van machinaal voorbewerken en handmatig afwerken beperkt dit effect

Uitvoering

Een plaat die uit een blok is gezaagd heeft een gezaagd oppervlak dat soms zonder verdere bewerking wordt toegepast of juist verder gladder of ruwer wordt bewerkt (schuren, zoeten, polijsten, hakken, frijnen). Leisteen en kwartsiet vertonen na winning vaak een natuurlijk splijtoppervlak dat meestal zonder verdere bewerking wordt gebruikt.