Ontginning

Ontginning is het geschikt maken van woeste grond voor landbouw of bewoning door ontbossing, drooglegging en bodemverbetering.

Betekenis

Ontginning is het proces waarbij woeste of ongerepte grond geschikt wordt gemaakt voor akkerbouw, veeteelt of bewoning. Dat omvat het kappen van bos, het droogleggen van natte gronden (bedijken en water onttrekken) en het verbeteren van droge zandgronden, bijvoorbeeld door het vermengen met plaggen.

Toepassing

Ontginning komt voor bij de aanleg en uitbreiding van landbouwgrond.

  • Het starten van een ontginningsboerderij van waaruit woeste gronden werden bewerkt.
  • Het inpolderen en droogleggen van waterrijke gebieden om akkerland te creëren.
  • Het verbeteren van zand- of veengronden door bodembehandeling en bemesting.
  • Grootschalige projecten in verschillende eeuwen om nieuwe landbouwgrond te winnen.

Aandachtspunten

  • Ontbossing kan leiden tot schrale, onvruchtbare grond.
  • Grondscha degradatie kan zich uiten in zandverstuivingen of modderstromen (voorbeeld: Zuid-Limburg).
  • Grote, vlakke ontboste gebieden verminderen het leefgebied voor veel dieren.
  • Technieken en effecten verschillen historisch en hebben lange-termijngevolgen voor landschap en bodem.

Historiek / evolutie

  • Ontginning vindt plaats sinds het moment dat mensen zich vestigden om gewassen te telen; jacht en visvangst gingen aanvankelijk nog door.
  • Vanaf ongeveer de 10e eeuw nam het grootschaliger ontginnen van woeste gronden toe.
  • Rond 1100 begonnen in Nederland waterrijke gebieden systematisch te worden ingepolderd.
  • In de 17e eeuw werd kapitaal en windkracht ingezet voor droogmakerijen zoals de Schermer en de Beemster.
  • In de 19e eeuw werden vergelijkbare projecten doorgaans met stoomkracht uitgevoerd (bijvoorbeeld Haarlemmermeerpolder en Prins Alexanderpolder).
  • Vanaf het midden van de 19e eeuw werden heidevelden, zandverstuivingen en veengronden vaak omgevormd tot agrarische grond of bos.
  • In de 20e eeuw werden nog grootschalige droogleggingen uitgevoerd, onder meer in het IJsselmeer, waardoor voormalige zeeklei werd ontgonnen.

Methoden / technieken

  • Bedijken en water onttrekken om natte gebieden droog te leggen.
  • Gebruik van windkracht en later stoomkracht voor droogmakerijen en polderwerken.
  • Vermengen van droge zandgronden met plaggen om de bodem vochtiger en vruchtbaarder te maken.
  • Kappen van dichtbegroeide bossen om grond vrij te maken voor akkerbouw of weidegrond.