Boerderij

Een boerderij is een boerenbedrijf of een boerenwoning.

Betekenis

Een boerderij is enerzijds een boerenbedrijf en anderzijds het bijbehorende woonhuis. Oorspronkelijk betekende het woord uitsluitend het agrarische bedrijf; de betekenis als woonhuis is vanaf circa 1800 in de schrijftaal ingeburgerd. De term kan ook verwijzen naar het geheel van hoofdgebouw en bijgebouwen.

Toepassing

De term wordt gebruikt voor zowel het agrarische bedrijf als voor het woonhuis en de bijbehorende opstallen.

  • Typologische aanduiding: verschillende vormen zoals langgevel-, stolp- of rijnlandse boerderijen.
  • Naamgeving van complexen: boerderij met nevenopstallen, modelboerderij of ontginningsboerderij.
  • Benaming van kleinere woongebouwen en varianten: boerderette, stadsboerderij, villa (historisch: grootschalig landbouwbedrijf).

Aandachtspunten

  • Begripsomvang: omvat bedrijf, woonhuis en vaak meerdere bijgebouwen of onderdelen.
  • Historisch gebruik: betekenisverschuiving van uitsluitend boerenbedrijf naar ook woonhuis rond 1800.
  • Terminologie: veel samenstellingen en lokale typenamen worden gebruikt om bouwvorm en functie te specificeren.

Typen / varianten

  • Carréboerderij
  • Dwarshuisboerderij
  • Hallenhuisboerderij
  • Hoekgevelboerderij
  • Kasteelboerderij
  • Keuterij
  • Kop-hals-romp-boerderij
  • Kop-romp-boerderij
  • Krukhuisboerderij
  • Langgevelboerderij
  • Langhuisboerderij
  • Los hoes
  • Modelboerderij
  • Oldambster boerderij
  • Ontginningsboerderij
  • Rijnlandse boerderij
  • Schapenboet
  • Stadsboerderij
  • Stelpboerderij
  • Stolpboerderij
  • T-huisboerderij
  • Villa (historisch als grootschalig landbouwbedrijf)

Onderdelen

  • Aanluiving (aanbouw)
  • Achterhuis
  • Baander (mendeuren, deeldeuren)
  • Bakhuis
  • Balkluik (en tasluik)
  • Beerput
  • Boenhok of boenstoep
  • Boerenvlechtingen
  • Brandmuur
  • Darsdeur
  • Deel
  • Eindkamer
  • Engelenvenster
  • Gebint
  • Gebluste kalk
  • Gepotdekselde muren
  • Gevelmakelaar
  • Glitten
  • Hijsdak en hijsluik
  • Hilde
  • Hooihuis
  • Houtwal
  • Jufferkap
  • Klinket
  • Leugenbalk
  • Luik en luikwervel
  • Makelaar
  • Mestdeur
  • Opkamer
  • Potstal
  • Putkalk
  • PV-paneel
  • Raatakkers
  • Riet en rietvorst
  • Schoenschraper
  • Sliet
  • Sloot
  • Spiegel
  • Stalraam
  • Standvink
  • Stiepel
  • Taigh dubh
  • Terp
  • Uilenbord
  • Uithof
  • Vaart (opvaart)
  • Vakwerk
  • Vlaamse schuur
  • Vlechting
  • Vloedschuur
  • Voorhuis
  • Waterzolder
  • Zaadvenster
  • Zomerhuis