Overhoeks
Overhoeks betekent diagonaal, onder een hoek geplaatst ten opzichte van een referentielijn of -vlak.
Betekenis
Overhoeks wil zeggen diagonaal of onder een hoek geplaatst ten opzichte van een referentielijn of -vlak. In praktijk duidt de term vaak op een plaatsing onder 45 graden en verschijnt ze in verschillende constructieve en decoratieve contexten.
Toepassing
De term wordt gebruikt om de oriëntatie van elementen aan te geven.
- Overhoekse muizentanden: voegen een hoek van 45 graden toe met de muur, waardoor de punt naar voren komt.
- Overhoeks bij houtverbindingen: de "benen" maken een hoek van 45 graden met elkaar (mogelijk ook 135 graden).
- Overhoekse steunbeer: een steunbeer maakt 45 graden met de hoeklijn van twee gevels.
- Overhoekse plaatsing van stalen spijlen: stalen spijlen worden diagonaal gelast tussen boven- en onderregel van een hekwerk.
Aandachtspunten
- Controleer welke referentielijn of -vlak als uitgangspunt geldt (muur, hoeklijn, regel).
- Let op de precieze hoekmaat; in voorbeelden wordt vaak 45 graden genoemd.
- Bij houtverbindingen kan de term zowel 45° als de reflexhoek (bijv. 135°) betrekken.
- Begrip positief gebruiken in tekeningen en fotoverwijzingen om misinterpretatie te vermijden.
Voorbeelden
- Overhoekse muizentanden: een sierlijst of voegprofiel dat schuin staat met de punt naar voren.
- Overhoeks 45 graden bij houtverbinding: twee benen die elkaar onder 45 graden ontmoeten, toegepast bij fijne houtverbindingen.
- Overhoekse steunberen tegen een toren: steunberen geplaatst onder 45 graden ten opzichte van de gevelhoek.
- Overhoekse plaatsing van stalen spijlen: diagonale spijlen gelast tussen boven- en onderregel van een hekwerk.