Afzettingsgesteente
Afzettingsgesteente ontstaat door ophoping van gesteenteafval aan het aardoppervlak, vaak door erosie.
Betekenis
Afzettingsgesteente is een vorm van sedimentair gesteente die ontstaat door opeenstapeling van gesteenteafval afkomstig van het aardoppervlak, veelal door erosie. Het begrip "detritisch" duidt op materiaal dat is gevormd door mechanische en chemische afbraak van gesteente (erosie, verwering). Na afzetting ondergaat het materiaal diagenese, dat wil zeggen ontwatering onder druk, om- of herkristallisatie en aaneenkitting, waardoor de afzetting verhardt. Veranderingen in de aardstructuur beïnvloeden de korrelgrootte van afgezet materiaal; in gebieden met sterke gebergtevorming worden doorgaans grofkorreligere sedimenten afgezet dan in tektonisch rustige gebieden.
Toepassing
Afzettingsgesteenten komen voor in lagen die zijn gevormd door afzetting van verweerd materiaal.
- Voorkomen in sedimentaire afzettingen aan het aardoppervlak.
- Vorming is vaak het gevolg van erosie en transport van afbraakmateriaal.
- Variatie in korrelgrootte hangt samen met tektonische omstandigheden.
Aandachtspunten
- Diagenese volgt op de afzetting en omvat ontwatering door de druk van bovenliggende lagen, om- of herkristallisatie en aaneenkitting.
- "Detritisch" verwijst naar ontstaan door mechanische en chemische afbraak (erosie, verwering).
- Veranderingen in de aardkrachten kunnen de eigenschappen van afzettingsgesteenten wijzigen, bijvoorbeeld de korrelgrootte.
- Diamorfose treedt op bij metamorfose van gesteenten en niet bij afzettingsgesteente.
Voorbeelden
- Mergel: klei met fijne kalk.
- Zandsteen: kan bij metamorfose kwartsiet vormen.
- Sommige kalkstenen: kunnen bij metamorfose marmer vormen.
- Schalie: zeer compacte klei; lijkt op leisteen maar is minder compact en sterk (keten: klei => schalie => leisteen).
- Bruinkool: afkomstig uit veen; keten gegeven: veen => bruinkool => steenkool.
Verschil met neerslaggesteente
Neerslaggesteente is de andere vorm van sedimentair gesteente en ontstaat door bezinking van afbraakmaterialen, in tegenstelling tot afzettingsgesteente dat voortkomt uit ophoping van gesteenteafval door transport en erosie.