Peilbuis
Een peilbuis is een in de grond gebrachte buis voor bodemonderzoek of bepaling van het freatisch vlak.
Betekenis
Een peilbuis is een rvs- of kunststofbuis die in de grond wordt geplaatst om grondwater te bemonsteren of de ligging van het freatisch vlak te bepalen. De onderkant is over de onderste meter voorzien van kleine gaatjes (peilfilter) zodat grondwater in de buis kan opstijgen; het blinde deel heet stijgbuis en het filterdeel filterbuis.
Toepassing
De peilbuis wordt gebruikt voor het bepalen van grondwaterstanden en voor bodemonderzoek.
- Meten van de vrije grondwaterspiegel (freatisch vlak).
- Continu registreren van grondwaterstand tijdens pompproeven of bronbemaling.
- Isoleren en meten van een specifieke watervoerende laag met behulp van bentonietmanchet.
- Plaatsing in peilputten voor laboratorium- of veldmetingen.
Aandachtspunten
- Zorg dat zand rond het filter wordt gestort om verstopping van de gaatjes te voorkomen.
- Houd rekening met wachttijd; het grondwater moet gelegenheid hebben gehad om in de buis te stijgen, afhankelijk van grondsoort en meetdoel.
- Diameter groot genoeg kiezen zodat capillaire opstijging in de buis verwaarloosbaar is en de waterhoogte het freatisch vlak aangeeft.
- Bij metingen van een dieper gelegen watervoerende laag eerst de omgeving afdichten met bentoniet om beïnvloeding door bovenliggende lagen te vermijden.
- Voorkom dat zand langs het filter stroomt voordat een bentonietmanchet is opgezwollen; gebruik indien nodig een zandkering.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Meestal rvs of kunststof.
- Gebruikelijke buitendiameter circa 2,5 cm.
- Filtergedeelte: kleine gaatjes over de onderste meter; rondom het filter wordt zand geplaatst.
- Speciale uitvoeringen bestaan met een ingebouwde bentonietmanchet en met een zandkering ter bescherming tijdens aanleg.
- Meerdere buisdelen worden met mof- of schroefdraadverbindingen verbonden voor eenvoudige installatie tot de gewenste diepte.
Onderdelen
- Stijgbuis: het blinde (niet-geperforeerde) gedeelte van de peilbuis.
- Filterbuis (peilfilter): het geperforeerde deel dat water toelaat.
- Zandring: filterzone rond de perforaties om verstopping te voorkomen.
- Bentonietmanchet: afdichtingsmanchet om watervoerende lagen van elkaar te scheiden.
- Zandkering: tijdelijke bescherming tegen instroom van zand tijdens plaatsing.
Werking / principe
De peilbuis toont, mits het grondwater kan opstijgen, de waterhoogte die overeenkomt met het freatisch vlak omdat de buisdiameter capillaire opstijging verwaarloosbaar maakt. De meetwaarde is correct nadat het water in de peilbuis is gestabiliseerd; de benodigde wachttijd hangt af van grondsoort en het doel van de meting.
Meetmethoden en apparatuur
- Plopper (peilklokje/dompelklokje): handmatige sonde van messing met holle kern; geeft een ploppend geluid bij contact met water. Nauwkeurigheid circa 0,5 cm; bereik maximaal 5–10 m; vaak 17 mm diameter.
- Peilpieper: sonde met meetelektrode die piepend en soms lichtsignalen geeft bij contact met geleidende vloeistof. Nauwkeurigheid circa 1 cm; bereik tot 500 m; sondediameters veelal 12 of 15 mm.
- Datalogger (water level logger): registreert automatisch diepte tot waterspiegel en vaak temperatuur; meet feitelijk de waterdruk (piëzometrie/stijghoogte). Capaciteit tot circa 72.000 samples; sample-snelheid bijvoorbeeld 0,5 s tot 99 uur; nauwkeurigheid circa 0,05%; bereik tot 100 m; sondediameters veelal 18 of 22 mm. Uitlezen van de opgeslagen gegevens gebeurt separaat.
- Meetlinten: aangepast aan de lengte van het klokje en geven de afstand van waterspiegel tot het punt van uitlezing; gebruikelijke lengtes 5 of 10 m.