Pilaster
Een pilaster is een halve zuil die iets uit een muur uitspringt en zowel decoratieve als soms constructieve functies vervult.
Betekenis
Een pilaster is een iets uitspringende, “halve” pilaar die tegen een muur of tegen een grotere zuil is aangebracht. Evenals een klassieke zuil is een pilaster voorzien van een basement en een kapiteel; verjonging naar boven toe komt bij pilasters niet voor.
Toepassing
Pilasters worden toegepast als architectonisch element met zowel decoratieve als gelegelijk constructieve functies.
- Als muurverzwaring of inwendige steunbeer bij muren (wandpijler).
- Als visuele geleding of onderbreking van een grotere gevel.
- Op hoeken van gebouwen, bijvoorbeeld in gevelarchitectuur van de Renaissance en de Barok.
- Ter ondersteuning van een boog of hoofdgestel wanneer een constructieve functie vereist is.
Aandachtspunten
- Voorzien van basement en kapiteel; dit onderscheidt pilasters van eenvoudige lisenelementen.
- Pilasters vertonen doorgaans geen verjonging (afname in omvang) naar boven toe.
- Pilasters kunnen zowel een decoratieve als een dragende rol hebben; de functie hangt af van de uitvoering.
- Een pilaster die in duidelijk gescheiden delen is verdeeld, wordt een geblokte pilaster genoemd.
Verschil met liseen en steunbeer
- Diepte > breedte: steunbeer.
- Dragende functie: steunbeer.
- Weinig diepte: pilaster of liseen.
- Met basement en kapiteel: pilaster.
Typen en voorbeelden
- Halfzuil of pilaster tegen een muur (wandzuil, muurpijler).
- Geblokte pilaster: pilaster in duidelijk gescheiden delen.
- Pilasters tegen pijlers of als hoekaccenten in façades; voorbeeld in de renaissance-architectuur is het Palazzo Rucellai (Leon Battista Alberti, circa 1450).
Historiek en etymologie
- Gebruik van pilasters is traceerbaar tot de klassieke oudheid en later prominent in de gevelarchitectuur van de Renaissance en de Barok.
- Het woord komt via Frans pilastre van Italiaans pilastro, ontleend aan middeleeuws Latijn pilastrum, afgeleid van pila (pilaar).