Pothuis

Dak

Een pothuis is een vaak halfondergrondse bergplaats tegen een woning of winkel, oorspronkelijk voor potten en pannen.

Betekenis

Een pothuis of potkast is doorgaans een klein, laag bouwsel, vaak halfondergronds en voorzien van een hellend dakje aan de voor- of zijkant van een woning of winkel. Het diende oorspronkelijk als bergplaats voor potten en pannen en lag veelal op hetzelfde niveau als de stoep. Daarnaast is pothuis ook de benaming voor de behuizing rond het scheprad van een watermolen.

Toepassing

Pothuizen dienden als praktische, nabij de openbare ruimte geplaatste extraberging.

  • Bergplaats voor potten en pannen aan de gevel van woningen of winkels.
  • Creëren van extra ruimte dichter bij het publiek, op stoepniveau, bijvoorbeeld voor verkoop.
  • Bieden van een buitenwaardse verbinding naar de kelder, handig bij aanlevering van goederen.
  • Omvorming tot werkplaats of schuurtje, bijvoorbeeld voor schoenlappers of kruiers.
  • Behuizing van het scheprad bij watermolens (andere betekenis).

Aandachtspunten

  • Vaak halfondergronds met een hellend dakje aan de voor- of zijkant.
  • Meestal naast het trapje van de stoep naar de voordeur gebouwd; dat deel van de stoep behoorde vaak toe aan de eigenaar van het pand.
  • Historische eenheden die geleidelijk verdwijnen; de benaming is bewaard gebleven in spreekwijzen.

Etymologie

De naam verwijst naar een klein en laag huisje tegen een groter huis, oorspronkelijk bestemd om potten en pannen te bergen (vergelijk pottecasse). Later werd de term ook gebruikt voor werkplaatsjes van schoenlappers of schuurtjes van kruiers. Hoewel pothuizen langzamerhand verdwijnen, blijft de naam bewaard in spreekwijzen (bijvoorbeeld: "bedaar, Arie, en blijf in je pothuis").

Verschil met werfkelder en aanbouw

  • Wordt vergeleken met een werfkelder en met een aanbouw; het pothuis is specifiek een klein, laag bijgebouw aan de voor- of zijkant van een woning of winkel, vaak halfondergronds en oorspronkelijk bedoeld voor het bergen van potten en pannen.