Saneren
Saneren is het gericht verwijderen of aanpassen van bouwkundige of bodemschade om een locatie geschikt of veiliger te maken.
Betekenis
Saneren kent twee hoofdbetekenissen: het gedeeltelijk slopen of vernieuwen van bouwkundige delen van een wijk, en het verwijderen of reinigen van verontreinigde bodem. Bij bouwkundige sanering worden enkel de slechte onderdelen van een wijk verwijderd, niet noodzakelijk de hele wijk; bij bodemsanering gaat het om het terugbrengen van de bodem naar een functiegeschikte staat.
Toepassing
Saneren komt in verschillende situaties voor:
- Bouwkundige sanering: slopen van bouwkundig slechte woningen en vervangen door nieuwbouw, speelplaatsen of parkeerplaatsen.
- Bodemsanering (zware verontreiniging): afgraven en afvoeren van sterk vervuilde grond.
- Bodemsanering (minder verontreinigd): ter plaatse reinigen wanneer de toekomstige functie van de grond dat vereist (functionele sanering).
- Leeflaagsanering: aanbrengen van een schone grondlaag boven vervuilde ondergrond om de gebruiksfunctie mogelijk te maken.
Aandachtspunten
- Toestemming van de gemeente is vaak vereist bij ernstige bodemverontreiniging; de sanering volgt een wettelijke procedure en wordt beschreven in een saneringsplan.
- Voor elke gekozen saneringsmethode is controle achteraf noodzakelijk.
- De keuze van de methode hangt af van de mate van verontreiniging en van de snelheid waarmee de grond “schoon” moet zijn; ontgraven en vervangen gaat doorgaans sneller dan biologische of elektrische methoden.
- Bouwkundige sanering kan sociale gevolgen hebben: een andere bestemming van delen van een wijk kan de leefbaarheid, cohesie en sociale structuur aantasten.
- Voorkomen van voortijdige of te ingrijpende sanering voorkomt verlies van historisch karakter van dorpskernen en stadswijken.
Eisen / regelgeving
- De Wet Bodembescherming eist dat de bodem geschikt is voor de functie die deze vervult; een multifunctionele sanering waarbij altijd alle grond wordt afgegraven is niet meer vereist.
- Voor erg vervuilde grond is goedkeuring van de gemeente nodig en moet de sanering volgens de wettelijke procedure worden uitgevoerd en vastgelegd in een saneringsplan.
Uitvoering
- Voorafgaand aan bodemsanering wordt een bodemonderzoek uitgevoerd om de categorie en mate van verontreiniging vast te stellen.
- Hevige verontreiniging wordt vaak afgegraven en afgevoerd; minder ernstige verontreiniging kan ter plaatse worden gereinigd met diverse technieken.
- Na uitvoering volgt altijd nazorg en controle om te toetsen of de bodem geschikt is voor de beoogde functie.
Materialen / uitvoeringsvormen
Veelgebruikte methoden en technieken bij bodemsanering:
- Afgraven en afvoeren van verontreinigde grond.
- Doorspoelen met water.
- Stoominjectie.
- Persluchtinjectie.
- Biosparging: inbrengen van bacteriën die olie afbreken.
- Fytoremediatie: gebruik van speciale planten en bomen; mogelijke soorten zijn onder meer courgette, pompoen, wilg, populier, krulzuring, duizendblad, langbladige ereprijs, vingerhoedskruid, robinia, vlier, lisdodde, maïs en riet (toepassing afhankelijk van organische of anorganische verontreiniging).
- Helofytenfilters voor licht verontreinigd water met onder andere riet, mattenbies, grote lisdodde en rietgras.
- Elektrische sanering: elektroden in het verontreinigde gebied, waarbij netstroom de bodem opwarmt zodat gechloreerde koolwaterstoffen loskomen en vervolgens via onttrokken water en lucht worden opgepompt en gezuiverd.
- Leeflaagsanering: aanbrengen van een laag schone grond boven vervuilde bodem om gebruik mogelijk te maken.
Terminologie / etymologie
Het woord saneren (gezond maken) is ontleend via het Duitse sanieren (herstellen) en het verouderde Franse saner aan het Latijnse sanare, afgeleid van sanus (gezond). In het Engels wordt het saneren van een woonwijk vertaald met to redevelop of to rehabilitate.