Schooperen
Schooperen is het thermisch aanbrengen van gesmolten metalen op een gestraald substraat om een beschermende, hechtende laag te vormen.
Betekenis
Schooperen is het thermisch aanbrengen (met een vlam of boog) van vloeibaar zink, aluminium, gietijzer, legeringen en soortgelijke materialen op een vooraf blank gestraald metaaloppervlak. Het gespoten materiaal stolt onmiddellijk en vormt een taaie, goed hechtende beschermlaag; het te bespuiten materiaal wordt substraat genoemd. Het woord is afgeleid van de Zwitserse uitvinder M. U. Schoop.
Toepassing
Schooperen wordt toegepast om metalen constructies tegen corrosie en slijtage te beschermen.
- Beschermen van staal en andere metalen tegen roestvorming.
- Aanbrengen van een ruw, hechtend tussenoppervlak voor volgende lagen (aluminium, primer of coating).
- Combineren van zink als grondlaag met een dikkere aluminium toplaag voor galvanische bescherming.
- Voorbereiden van onderdelen vóór poedercoating of verfafwerking.
Aandachtspunten
- Stralen van het substraat is verplicht; schooperen gebeurt op een vooraf blank gestraald oppervlak.
- Direct na stralen vaak eerst een zinkgrondlaag aanbrengen en die afdekken met een iets dikkere aluminiumlaag voor extra galvanische bescherming.
- Een aluminium toplaag maakt een etsende primer voor verfhechting overbodig; bij zinkschooperen is een etsende primer wel nodig voor goede verfhechting.
- Het gesmolten metaal wordt met perslucht naar het substraat verstoven en stolt vrijwel onmiddellijk tot een taaie laag.
- Geschoopeerde oppervlakken zijn enigszins ruw en vormen een goede hechtlaag voor volgende coatings; vaak wordt daarna nog een poedercoating aangebracht.
Uitvoering
Er bestaan meerdere thermische-spuittechnieken die onder schooperen vallen of daarmee verwant zijn:
- Elektrisch draadspuiten: twee elektrisch geleidende draden voeren in het spuitpistool een elektrische boog (ca. 3000 °C); het afgeschmolten materiaal wordt met perslucht naar het substraat getransporteerd en vormt een deklaag.
- Autogeen draadspuiten: draadvormig materiaal wordt door een elektra- of persluchtmotor naar het spuitpistool gevoerd en in een ontstoken gas‑zuurstofvlam (ca. 2800 °C) gesmolten; perslucht verstuift het gesmolten materiaal naar het substraat.
- Autogeen poederspuiten: metaal in poedervorm wordt nauwkeurig in een gas-zuurstofvlam (ca. 2800 °C) gedoseerd, gesmolten en verstoven; de aangebrachte coating kan nadien deels ingesmolten worden voor hogere mechanische belastbaarheid (lijn- en puntbelasting).
- Atmosferisch plasmaspuiten: poedermateriaal wordt gesmolten in een gas dat door een elektrische boog sterk verhit en geïoniseerd is; geschikt voor metalen en keramische materialen.
- Hoge-snelheidspuiten: in een gas/zuurstofvlam (circa 3000 °C) worden materialen met hoge snelheid (ca. 1400 m/s) op het substraat verstoven, wat resulteert in een zeer dichte, homogene laag met hoge hechtingswaarden.
Herkomst
De term is afgeleid van de naam van de Zwitserse uitvinder M. U. Schoop.