Schors
Schors is de buitenste laag van een boom, gebruikt als bodemverbeteraar en als materiaal, met kurk als bijzondere vorm.
Betekenis
Schors is de buitenste laag van een boom die de stam beschermt. Bij beschadiging van de stam kan schors ingroeien in het hout, wat de kwaliteit van het hout nadelig beïnvloedt.
Toepassing
Schors vindt toepassingen in tuinen en als materiaal (vooral kurk).
- Als bodemverbeteraar en mulch: stukjes schors maken de grond ruller en geven meer lucht.
- Onkruidbeperkend en soms decoratief in tuinaanleg.
- Als kurkmateriaal: gebruikt voor flessenstoppers en als parketvloer.
- Als inspiratiebron in klassieke vormgeving: stam en schors gaven model voor zuilen en cannelures.
Aandachtspunten
- Beschadigde schors kan ingroeien en houtkwaliteit verminderen.
- Schors bevat, vergeleken met hout, veel lucht; dit beïnvloedt eigenschappen als isolatie en gewicht.
- Kurk wordt met tussenpozen geoogst; na een oogst duurt het ongeveer acht jaar voor hergroei.
Kurk (speciale schors)
- Oorsprong: kurk is de schors van de kurkeik.
- Oogstcyclus: na het oogsten duurt het circa 8 jaar voordat opnieuw geoogst kan worden.
- Toepassingen: flessenstoppers (minder frequent door vervanging door kunststof) en kurkparket.
- Eigenschappen van kurkparket: isoleert warmte en geluid, geeft een natuurlijke uitstraling, voelt in de winter warm en in de zomer fris, en wordt beschouwd als een ecologisch product.
Ingegroeide schors
- Definitie: schors die bij een beschadiging in het hout is meegegroeid (ook aangeduid als "bark pocket" in het Engels).
- Gevolg: ingegroeide schors vermindert de kwaliteit van het hout en kan zichtbaar zijn in balken of stammen.
Engelse termen
- schors: bark
- ingegroeide schors: bark pocket
- onder de schors: under bark