Hout

Hout is het hardere binnengedeelte van bomen en struiken en tevens de benaming voor bewerkt hout zoals gezaagd of geschaafd.

Betekenis

Hout is het hardere binnengedeelte van bomen en struiken en omvat ook hout dat op enige wijze bewerkt is (gezaagd, geschaafd, e.d.). Het is een duurzaam bouwmateriaal van biologische oorsprong dat gevoelig kan zijn voor aantasting door schimmels, insecten en bacteriën, maar over het algemeen goed bestand is tegen chemicaliën.

Toepassing

Hout wordt breed toegepast in de bouw en daarbuiten.

  • Gebruik in houtbouw, bijvoorbeeld houtskeletbouw.
  • Bekleden van stalen liggers en staanders met hout of gipsplaten om bij brand de constructie tijdelijk stabiel te houden.
  • Constructieve onderdelen zoals traptreden en trapbomen.
  • Prefab bouwelementen voor gecontroleerde productomstandigheden.

Aandachtspunten

  • Voorkom permanent contact met vochtige grond (maaiveld).
  • Zorg voor voldoende ventilatie zodat hout droog blijft of snel kan droog worden.
  • Neem extra vochtwerende maatregelen op plaatsen waar hout wordt bevestigd of aan elkaar vastzit.
  • Overweeg conservering (bijvoorbeeld menie) alleen op niet-zichtbare delen die met vocht in aanraking kunnen komen.
  • Houd rekening met toleranties door krimpen en uitzetten van hout.
  • Geef de voorkeur aan duurzaam geproduceerd of gecertificeerd hout; gemodificeerd hout is eveneens een optie.

Duurzaamheidsklassen

Hout is ingedeeld in duurzaamheidsklassen van 1 tot 5 voor kernhout, waarbij 1 zeer duurzaam is en 5 niet duurzaam. Spinthout van alle houtsoorten valt meestal in duurzaamheidsklasse 5 en is vaak van mindere kwaliteit en gevoeliger voor aantasting, bijvoorbeeld door bacteriën.

Brandgedrag

Bij hoge temperaturen vormt hout aan het oppervlak een isolerende, beschermende koollaag (verkoling). Die koollaag beschermt deels het achterliggende hout, maar naarmate meer hout verbrandt neemt de samenhang en het resterend draagvermogen af; daarom moet bij dimensionering rekening gehouden worden met de inbrandingssnelheid. Carbonisatiesnelheden (inbrandingssnelheden) zijn onder meer:

  • Naaldhout: ß = 0,8 mm/min.
  • Gelijmd gelamelleerd naaldhout: ß = 0,7 mm/min.
  • Eiken: ß = 0,55 mm/min. Soort hout, harsgehalte, dikte, vorm en afwerking beïnvloeden zowel brandsnelheid als resterend draagvermogen; dikkere onderdelen geven doorgaans meer brandveiligheid.

Vocht en droging

Hout dat vochtig blijft wordt eerder aangetast; daarom moet ontwerp en detaillering ontwatering en droogvallen mogelijk maken. Drogen gebeurt op natuurlijke wijze (luchtdrogen, wel beschut tegen regen) en kunstmatig (droogkamers). Indicatieve droogtijden:

  • Natuurlijk drogen van naaldhout: ongeveer 3 maanden tot circa 18% vocht.
  • Natuurlijk drogen van loofhout: ongeveer 1–3 jaar. Bij kunstmatig drogen moet men scheuren, verkleuring en aantasting voorkomen.

Loofhout en naaldhout

De voornaamste tweedeling is loofhout en naaldhout.

  • Naaldhout (bijv. grenen, dennen, vuren): grove structuur, brede jaarringen, zacht hout, lichte kleur en veel noesten.
  • Loofhout (bijv. eiken): fijnere structuur; na zagen of schaven vormen de mergstralen (houtstralen) spiegels. Loofhout wordt bij bouwtoepassingen vaak als eiken genoemd.