Spouw

De spouw is de smalle, meestal luchtgevulde ruimte tussen twee bouwvlakken, vaak tussen binnen- en buitenblad van een muur.

Betekenis

Een spouw is de tussenruimte tussen twee vlakken, bijvoorbeeld tussen binnen- en buitenmuur, tussen ruiten van dubbelglas of tussen isolatie en dakbedekking. De binnen- en buitenbladen van een muur worden spouwbladen genoemd; de spouw omvat de luchtruimte en eventueel het isolatiemateriaal.

Toepassing

Spouwen komen in verschillende constructiedelen voor.

  • Muurspouw: tussen binnenspouwblad en buitenspouwblad van een gevel.
  • Glasspouw: ruimte tussen glasruiten in dubbele of drievoudige beglazing.
  • Dakspouw: ruimte tussen isolatie en dakbedekking, of tussen dakbeschot en dakpannen in oudere bouw.
  • Elektrospouw: ruimte van circa 40 mm tussen wandbekleding en isolatiedrager voor elektrische leidingen.
  • Leidingenspouw: gereserveerde ruimte voor water- en verwarmingsleidingen of warmtepompleidingen.

Aandachtspunten

  • Ventileer de spouw als vocht kan binnendringen en niet kan ontsnappen; anders ontstaan vochtige plekken en mogelijk vochtdoorslag naar het binnenspouwblad.
  • Isoleer koudwaterleidingen in een leidingenspouw om condensatie te voorkomen; isoleer warme leidingen om energieverlies te beperken.
  • Bij na-isolatie kan de spouw geheel gevuld worden met isolatiemateriaal; oudere spouwmuren bevatten soms geen isolatie en zijn uitsluitend luchtspouw.
  • De mate van ventilatie van de spouw beïnvloedt de warmteweerstand en het warmteverlies.

Doel van de spouw

  • Vormt een barrière tegen regen en vocht van buiten, waardoor vochtdoorslag naar binnen wordt beperkt.
  • Beperkt warmteverlies door een scheiding tussen binnen- en buitenzijde; een spouwmuur is thermisch effectiever dan een massieve muur.
  • Biedt ruimte voor aanvullende isolatie (glaswol, steenwol, PUR, PIR, polystyreen, cellulair glas e.d.).
  • Bij geventileerde spouwen voert de luchtvochtigheid via de spouw naar buiten, wat vooral bij dakspouwen belangrijk is om condensatie te vermijden.

Ventilatie en classificatie

Er bestaan aanduidingen voor niet-geventileerde, zwak-geventileerde en sterk-geventileerde spouwen; de ventilatiewijze beïnvloedt de thermische eigenschappen.

  • Niet-geventileerde spouw: vaak uitgevoerd zonder stootvoegen (stootvoegloos metselwerk).
  • Zwak-geventileerde spouw: kan aanvullende openingen of stootvoegen hebben voor beperkte ventilatie.
  • Sterk-geventileerde spouw: bevat extra open stootvoegen of andere toevoer/afvoeropeningen voor actieve ventilatie.
  • Open stootvoegen boven doorbrekingen van het metselwerk (ramen, deuren) dienen als vochtafvoer en kunnen deel uitmaken van de ventilatieopzet.
  • Dilatatievoegen en andere horizontale of verticale openingen moeten bij de gekozen ventilatiecategorie passend worden behandeld.

Typische varianten

  • Muurspouw: klassiek in spouwmuren; kan ongevuld of gevuld met isolatiemateriaal zijn.
  • Glasspouw: gevuld met lucht of een edelgas (bijv. argon); bij drievoudig glas bestaan twee spouwen; sommige monumentenglazen zijn luchtledig.
  • Dakspouw: bij koud dakconstructies een geventileerde luchtlaag tussen isolatie en dakbedekking.
  • Elektrospouw: ca. 40 mm dik en bestemd voor leidingen en kabels achter wandbekleding.