Vlaamse gevel

Een Vlaamse gevel is een dakkapel waarvan de voorgevel in hetzelfde vlak ligt als de hoofdgevel van het gebouw.

Betekenis

Een Vlaamse gevel is een dakkapel (dakerker) met venster waarvan de voorgevel doorloopt in het vlak van de gevel van het gebouw. Hierdoor vormt de voorgevel van de dakkapel een voortzetting van de hoofdgevel; de gootlijst wordt daarbij normaal gesproken doorbroken. De term duidt specifiek op het gevelgedeelte van de dakkapel aan de gevelzijde, niet op de gehele voorgevel van het gebouw.

Toepassing

Wordt toegepast als gevelzijde van een dakkapel waarbij de dakkapel visueel en bouwkundig aansluit op de hoofdgevel.

  • Bij dakkapellen die in het gevelvlak van het gebouw worden geïntegreerd.
  • Op gevels met verschillende typen topafwerking, zoals trapgevel, halsgevel, klokgevel, puntgevel of tuitgevel.
  • Als gemetselde uitvoering met vensterpartij, vaak in baksteen.
  • Als topgevel waarbij de nok van de dakkapel tot aan de nok van het gebouw kan reiken.
  • In voorbeelden combineert men de Vlaamse gevel soms met een balkon of openslaande deuren.

Aandachtspunten

  • Onderscheid duidelijk het gevelgedeelte van de dakkapel van de gehele voorgevel van het gebouw.
  • Rekening houden met de gootlijst: de goot wordt normaliter doorbroken door de Vlaamse gevel, maar doorlopen komt ook voor.
  • Realisatie in baksteen komt veel voor; materiaalkeuze beïnvloedt esthetiek en detaillering.
  • De term wordt hoofdzakelijk in Nederland gebruikt en niet in Vlaanderen.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Vaak uitgevoerd in metselwerk (baksteen).
  • Kan als topgevel worden uitgevoerd, waarbij de nok van de dakkapel doorloopt tot de nok van het gebouw.
  • Gootafwerking varieert: meestal doorbroken gootlijst, in sommige gevallen doorlopende dakgoot.

Verschil met Dordtse gevel en Gelderse gevel

  • De Dordtse gevel en de Gelderse gevel worden genoemd als begrippen om mee te vergelijken; ze vormen verwante geveltypes zonder dat hier concrete onderscheidende kenmerken zijn uitgewerkt.